In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag op 23 december 2025 een beschikking gegeven over de machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, geboren in 2008. De gecertificeerde instelling, Stichting NIDOS, heeft verzocht om deze machtiging, omdat de minderjarige, die sinds 31 oktober 2025 bij een instelling verblijft, een zeer belast verleden heeft en er zorgen zijn over haar gedrag, waaronder middelengebruik en mogelijke criminele activiteiten. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, ondanks enige positieve ontwikkelingen, nog niet in staat is om in een open setting te functioneren. De kinderrechter heeft de noodzaak van gesloten jeugdhulp onderbouwd met de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen van de minderjarige, die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. De kinderrechter heeft de machtiging verleend om de minderjarige tot haar meerderjarigheid, tot 10 mei 2026, in een gesloten accommodatie te plaatsen. Deze beslissing is genomen om haar stabiliteit en bescherming te waarborgen en om ervoor te zorgen dat zij de noodzakelijke hulp en begeleiding ontvangt. De vader van de minderjarige heeft telefonisch ingestemd met het verzoek, terwijl de minderjarige zelf verzet heeft aangetekend tegen de gesloten plaatsing, maar de kinderrechter heeft geoordeeld dat dit op dit moment niet haalbaar is. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 5 januari 2026.