4.7.Het college heeft de omgevingsvergunning in het bestreden besluit in stand gelaten omdat, gelet op de uitkomst van het parkeeronderzoek, aan de parkeerbehoefte van het bouwplan kan worden voldaan. Het college stelt zich daarbij op het standpunt dat het in dit geval acceptabel is om een loopafstand van 125 meter aan te houden, in plaats van de geadviseerde loopafstand van 100 meter in de CROW-richtlijnen, omdat het om starterswoningen gaat en de toekomstige bewoners daarom prima in staat zullen zijn om de extra loopafstand te overbruggen.
Heeft het college het bestreden besluit met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid?
5. Eiseres betoogt dat het college geen gedegen onderzoek heeft gedaan naar de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan. De parkeerdruk is volgens eisers het hoogst op donderdagen en vrijdagen van 17:00-19:00 uur, wanneer mensen terugkomen van hun werk en de nabije horeca bezocht wordt. Ook is de parkeerdruk in de periode van 1 april tot 1 oktober aanzienlijk hoger dan in andere periodes. Het college had de parkeerdruk op deze momenten moeten meten om een goed beeld te krijgen. Daarnaast is volgens eiseres de invloed van de nabijgelegen horeca ten onrechte niet meegenomen in het parkeeronderzoek. Eiseres heeft een eigen berekening gemaakt van de parkeerdruk. Daarbij is eiseres uitgegaan van een parkeerdruk van 1,7 auto per huishouden, een parkeerdruk van 10 auto’s per 100 m2 voor een restaurant en een parkeerdruk van 5 auto’s per 100 m2 voor een café / cafetaria. Binnen een afstand van 125 meter van het perceel zijn 116 beschikbare plaatsen volgens eiseres. Voor de 95 woningen is er volgens eiseres een parkeerdruk van 161,5 auto’s. Dan is er nog eens een parkeerdruk van 31 auto’s voor de nabije horecagelegenheden. Bij elkaar opgeteld komt eiseres op een parkeerdruk van 192,5 auto’s. Dat levert volgens eiseres in de huidige situatie al een te hoge parkeerdruk op. Met de 21 nieuwe woningen komt er nog een extra behoefte aan 35,7 parkeerplaatsen, waarvan 10 op eigen terrein worden gerealiseerd, zodat er in totaal een parkeerdruk is van 192,5 + 25,7 = 218,2 auto’s. Eiseres heeft de rechtbank verzocht aan de omgevingsvergunning het voorschrift te verbinden dat er nog 25 extra parkeerplekken (op eigen terrein) gerealiseerd moeten worden.
6. Uitgangspunt in vaste rechtspraak is dat bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening behoort te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Dit houdt in dat slechts rekening moet worden gehouden met de toename van parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de reeds bestaande parkeerbehoefte vanwege het bestaande pand. De bestaande parkeerbehoefte dient in zekere mate objectief vastgesteld te kunnen worden. Hierbij hoeft niet alleen rekening te worden gehouden met een vergunde situatie.
7. De rechtbank komt tot oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld, onder verwijzing naar het parkeeradvies van [adviesbureau], dat het bouwplan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Het parkeeronderzoek van [adviesbureau] is naar het oordeel van de rechtbank zorgvuldig tot stand gekomen. Daarin is naar de bezettingsgraad tijdens vier piekmomenten gekeken. Uit de meting van de werkdagnacht met de hoogste bezettingsgraad is gebleken dat er een nog 21 parkeerplekken beschikbaar waren die voor 85% door de toekomstige bewoners en bezoekers kunnen worden gebruikt. De 18 plaatsen die niet op eigen terrein worden voorzien kunnen daarmee worden opgevangen in de openbare ruimte. De rechtbank acht deze conclusie uit het parkeeradvies navolgbaar. Eiseres heeft tegenover het parkeeradvies van [adviesbureau] geen ander parkeerdeskundig advies in het geding gebracht. In hetgeen eiseres over het parkeeradvies naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.