Eisers, een moeder met haar minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij Somalië hadden verlaten. Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende inspanningen hebben geleverd om aannemelijk te maken dat het Keniaanse paspoort frauduleus is verkregen.
Eisers reisden met een Keniaans paspoort en een Grieks visum naar Nederland, maar konden niet verklaren hoe zij aan het paspoort kwamen en hadden het paspoort niet meer in bezit bij aankomst. De rechtbank stelt dat verweerder terecht uitgaat van de nationaliteit zoals vermeld in het paspoort, omdat eisers geen overtuigend bewijs of verklaring hebben geleverd dat het paspoort niet aan hen toebehoort.
De rechtbank benadrukt dat eisers onvoldoende contact hebben gezocht met de Keniaanse autoriteiten en dat de inspanningen die zij wel hebben geleverd, zoals e-mailcontact en telefonisch contact met de ambassade, niet toereikend waren. Ook het ontbreken van het originele paspoort bemoeilijkt onderzoek. De rechtbank wijst het beroep af en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.