Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.B.C.M. Burger, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 1 oktober 2025. De maatregel werd eerder als rechtmatig beoordeeld tot 8 oktober 2025, waarna de rechtbank het voortduren van de bewaring tot 12 december 2025 toetste.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko, omdat er geen concrete stappen waren gezet en zijn paspoort zich in Spanje bevond. De rechtbank oordeelde dat ondanks het ontbreken van een paspoort, uitzetting mogelijk blijft via een lopende laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten, waarbij de nodige tijd gemoeid is. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat uitzetting naar Spanje relevant is, aangezien de vertrekplicht naar Marokko geldt.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond dat verweerder voldoende rappelleerde en vertrekgesprekken voerde, en dat gedurende de eerste zes maanden bewaring meer gewicht toekomt aan de belangen van verweerder. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een lichter middel rechtvaardigden.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was, dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.