Op 19 juni 2025 vond een schietincident plaats in Zoetermeer waarbij de verdachte meerdere keren op het slachtoffer schoot en hem vervolgens met het vuurwapen sloeg. Het slachtoffer liep ernstige verwondingen op, waaronder schotwonden in het hoofd.
De verdachte gaf aanvankelijk een beperkte verklaring en kwam pas tijdens de inhoudelijke behandeling met een alternatief scenario waarin het slachtoffer het vuurwapen zou hebben gehad. De rechtbank verwierp dit scenario op basis van getuigenverklaringen, het vluchtgedrag van de verdachte en het ontbreken van het wapen op de plaats delict.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van poging tot moord, maar verklaarde hem schuldig aan poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat de verdachte niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich moest verdedigen tegen een ogenblikkelijke aanranding.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes jaren op, rekening houdend met de ernst van het feit, het vluchtgedrag en het strafblad van de verdachte. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €13.190,- aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente, en tot een schadevergoedingsmaatregel aan de Staat.