Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de productie van de Staat.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een Belgische onderdaan die in Nederland is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging. België kan volgens eigen recht niet beide sancties erkennen en verzocht Nederland om slechts één sanctie over te dragen. Nederland weigert dit, omdat het wettelijk verplicht is beide sancties ten uitvoer te leggen en overleg met België over gedeeltelijke erkenning gaande is.
De eiseres vordert dat Nederland de straf onmiddellijk overdraagt aan België, althans dat Nederland een verzoek indient om een van de sancties over te dragen. De rechtbank oordeelt dat Nederland niet onrechtmatig handelt door te wachten op een reactie van België en dat de terugkeergarantie niet meebrengt dat Nederland slechts één sanctie moet overdragen.
De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. De beslissing benadrukt het belang van volledige wederzijdse erkenning van strafrechtelijke uitspraken binnen de EU en dat uitzonderingen slechts mogelijk zijn indien wettelijk voorzien. Het overleg tussen Nederland en België wordt als passend en noodzakelijk beschouwd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en oordeelt dat Nederland niet onrechtmatig handelt door niet onmiddellijk een van de sancties aan België over te dragen.