De zaak betreft een beroep tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, uitgevaardigd door de minister van Asiel en Migratie op 12 juni 2021. Eiser betwist de geldigheid van de besluiten en stelt dat deze niet correct zijn bekendgemaakt.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod rechtsgeldig zijn bekendgemaakt, onder meer doordat een afschrift direct aan eiser is uitgereikt en uit het proces-verbaal blijkt dat eiser op de hoogte was van het inreisverbod. De beroepstermijn van vier weken begon op 13 juni 2021 en eindigde op 10 juli 2021.
Eiser heeft het beroep echter pas op 17 juni 2024 ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. De rechtbank constateert dat er geen verschoonbare omstandigheden zijn voor deze termijnoverschrijding en verklaart het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de inhoud van het beroep niet en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.