ECLI:NL:RBDHA:2025:26072
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van een asielaanvraag op grond van de Dublinverordening
Op 18 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarbij de eiser, een Tunesische man geboren in 1986, een asielaanvraag had ingediend in Nederland. De minister van Asiel en Migratie had de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling op basis van de Dublinverordening. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting was de minister afwezig, maar de rechtbank heeft de zaak behandeld. Eiser voerde aan dat zijn medische toestand zou verslechteren bij een overdracht aan Duitsland, en deed een beroep op artikel 17 van de Dublinverordening en het arrest C.K. van het Hof van Justitie. De rechtbank oordeelde echter dat de beroepsgrond niet slaagde en volgde het standpunt van de minister. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank benadrukte dat er geen aanleiding was voor een voorlopige voorziening, omdat het beroep ongegrond was verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en er werd gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.