ECLI:NL:RBDHA:2025:26103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/09/671535 / FA RK 24-6114
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:253c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en vaststelling zorg- en omgangsregeling voor minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kind, waarbij tevens een zorg- en omgangsregeling werd vastgesteld. De moeder voerde verweer en stelde een alternatieve verdeling van vakanties en feestdagen voor.

De rechtbank overwoog dat het wettelijk uitgangspunt gezamenlijk gezag is en dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Ondanks eerdere communicatieproblemen en een negatief ouderschapsbemiddelingstraject, is de verstandhouding tussen partijen verbeterd. De rechtbank achtte gezamenlijk gezag in het belang van het kind.

Ten aanzien van de zorgregeling werd een praktische regeling vastgesteld waarbij het kind onder meer elke woensdag en om het weekend bij de vader verblijft, met een uitbreiding tot maandagochtend eens in de twee weken. De verdeling van vakanties en feestdagen werd grotendeels vastgesteld conform de voorstellen van partijen, waarbij de rechtbank bij onenigheid het verzoek van de moeder volgde.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en biedt ruimte voor toekomstige aanpassingen in onderling overleg of met hulp van een neutrale derde.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en stelt een zorg- en omgangsregeling vast met een gedetailleerde verdeling van vakanties en feestdagen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6114
Zaaknummer: C/09/671535
Datum beschikking: 8 december 2025

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 22 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.E. Oud te Krommenie, gemeente Zaanstad.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.E. van der Meijs te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het e-mailbericht van 30 oktober 2025 van Impegno, met bijlage;
  • het F9-formulier van 3 november 2025 van de moeder, met bijlagen.
Op 7 november 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt ertoe:
  • te bepalen dat partijen gezamenlijk met het ouderlijk gezag worden belast over [de minderjarige] ;
  • te bepalen dat de navolgende omgangsregeling zal gelden:
- [de minderjarige] verblijft elke woensdag uit school tot 19:00 uur bij de vader;
- [de minderjarige] verblijft om het weekend van vrijdag uit school tot zondag na het avondeten bij de vader;
- vakanties en feestdagen worden tussen partijen verdeeld, op de navolgende wijze:
- in de voorjaarsvakantie verblijft [de minderjarige] in de oneven jaren bij de moeder, in de even jaren bij de vader;
- op Koningsdag is [de minderjarige] in de oneven jaren bij de vader, en in de even jaren bij de moeder;
- het paasweekend zal [de minderjarige] , in de even jaren bij de vader verblijven, in de oneven jaren bij de moeder;
- het pinksterweekend zal [de minderjarige] in de oneven jaren bij de vader verblijven, in de even jaren bij de moeder;
- de meivakantie verblijft [de minderjarige] — indien de vakantie twee weken duurt — een week bij iedere ouder, en indien de vakantie een week duurt, in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
- [de minderjarige] zal in de zomervakantie drie weken bij de vader verblijven, en drie weken bij de moeder, waarbij zij in de even jaren de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader is, en in de oneven jaren de eerste drie weken van de zomervakantie bij de moeder is;
- in de herfstvakantie verblijft [de minderjarige] in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
- de eerste week van de kerstvakantie is [de minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder. De twee kerstdagen worden verdeeld;
- met Oud en Nieuw is [de minderjarige] in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
- op Vaderdag is [de minderjarige] bij de vader, op Moederdag is [de minderjarige] bij de moeder;
- op de verjaardag van de vader is [de minderjarige] bij de vader, op de verjaardag van de moeder is [de minderjarige] bij de moeder;
- voor de verjaardag van [de minderjarige] wordt de reguliere omgangsregeling aangehouden en is vieren de ouders van [de minderjarige] haar verjaardag ieder voor zich, wanneer zij bij hen is conform de regeling;
- de ouder bij wie [de minderjarige] als laatste was, brengt haar naar de andere ouder;
met ingang van de in deze te wijzen beschikking, althans een zodanige regeling en een zodanige ingangsdatum als de rechtbank juist en redelijk acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt:
  • te bepalen dat [de minderjarige] in de even weken bij de moeder verblijft en in de oneven weken bij de vader, waarbij het wisselmoment op zondag om 19.00 uur is en de ouder waar [de minderjarige] is haar naar de andere ouder brengt;
  • de volgende vakantie- en feestdagenregeling te bepalen:
- zomervakantie: in de even jaren de eerste, tweede en vijfde week bij de vader en de derde, vierde en zesde week bij de moeder, in de oneven jaren andersom;
- herfstvakantie: normale regeling;
- kerstvakantie: normale regeling;
- voorjaarsvakantie: normale regeling;
- meivakantie: normale regeling;
- kerstdagen: in de even en de oneven jaren eerste kerstdag bij de moeder en tweede kerstdag bij de vader;
- Oud en Nieuw: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- Pasen: in de even en de oneven jaren eerste Paasdag bij de moeder en tweede Paasdag bij de vader
- Pinksteren: in de even en de oneven jaren eerste Pinksterdag bij de moeder en tweede Pinksterdag bij de vader;
- verjaardag moeder: bij de moeder;
- verjaardag vader: bij de vader;
- Vaderdag: bij de vader;
- Moederdag: bij de moeder;
- Verjaardag [de minderjarige] : normale regeling en een belmoment voor de andere ouder
althans een regeling te bepalen die de rechtbank juist en redelijk acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.;
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
  • Bij beschikking van de rechtbank van 8 november 2024 is – voor zover hier van belang – in de voorlopige voorzieningenprocedure bepaald:
- dat partijen worden doorverwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank rapporteert in onderhavige procedure, en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;
- dat de vader aan de moeder
voorlopigkinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 25,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Beoordeling

Gezag
Wettelijk kader
Op grond van art. 1:253c BW eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van een kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Dit verzoek wordt op grond van het tweede lid van voornoemd artikel slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De vader acht het in het belang van [de minderjarige] dat de ouders gezamenlijk worden belast met het gezag. Dat is ook het wettelijk uitgangspunt. Er is geen reden om aan te nemen dat [de minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders of dat afwijzing anderszins in haar belang is. De vader is het hele leven van [de minderjarige] betrokken geweest en wil graag volledig invulling geven aan zijn rol als vader.
De moeder stelt dat de communicatie tussen partijen pas net verbeterd is en dus zo weer verstoord kan raken. Daarnaast heeft de vader soms een boze uitbarsting, gedurende welke hij niet redelijk na kan denken. Hij moet eerst zijn emoties onder controle hebben en zolang hij dat niet kan, is gezamenlijk gezag niet in het belang van [de minderjarige] . De moeder verzoekt daarom het verzoek van de vader af te wijzen.
De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders het gezamenlijk gezag uitoefenen. De rechtbank ziet in de bezwaren van de moeder onvoldoende aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Het traject ouderschapsbemiddeling bij Impegno is weliswaar negatief afgesloten, maar uit de stukken en de zitting is gebleken dat de verstandhouding tussen partijen inmiddels verbeterd is. De rechtbank heeft begrip voor de aarzelingen van de moeder, maar heeft er, mede gelet op de houding van partijen op zitting, vertrouwen in dat de communicatie tussen de ouders niet negatief beïnvloed zal worden door het gezamenlijk gezag. De rechtbank heeft partijen op de zitting ook geattendeerd op het feit dat zij hulp van een professionele derde kunnen inroepen, bijvoorbeeld via de Stichting Jeugd en Gezin, als de communicatie tussen hen onverhoopt weer verslechtert.
Nu de rechtbank het verzoek van de vader om hem mede met het gezag te belasten zal toewijzen, zal zij in het vervolg spreken over een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).
Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De ouders zijn een traject ouderschapsbemiddeling gestart bij Impegno, maar dit is niet van de grond gekomen, omdat de ouders niet wilden dat er ook gesprekken met [de minderjarige] zouden plaatsvinden. Desalniettemin zijn de ouders erin geslaagd om zelf verbetering aan te brengen in hun communicatie. Zij hebben in onderling overleg een regeling afgesproken, waarbij [de minderjarige] elke woensdag uit school tot 19.30 uur bij de vader verblijft, en een keer in de twee weken van vrijdag uit de buitenschoolse opvang tot zondagavond 19.30 uur. Deze regeling is nagenoeg gelijk aan de reguliere regeling die door de vader is verzocht.
De moeder heeft bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht om deze regeling uit te breiden naar een week-op-week-af-regeling. Zij merkt dat [de minderjarige] opleeft bij zo’n regeling en acht het daarom in haar belang dat dit wordt vastgesteld. De vader heeft net als de moeder een verantwoordelijkheid om de zorg voor [de minderjarige] te dragen en zal zich dus flexibeler op moeten stellen. Volgens de vader is een week-op-week-af-regeling voor hem echter niet mogelijk in verband met zijn werk.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor het standpunt van de moeder, overweegt zij dat de zorgregeling ook praktisch uitvoerbaar moet zijn. Op de zitting is daarom gesproken over de praktische mogelijkheden om de reguliere zorgregeling in meer beperkte mate uit te breiden dan een week-op-week-af-regeling. In dat kader is besproken dat [de minderjarige] eens in de twee weken van vrijdag uit de BSO tot maandagochtend naar school in plaats van tot zondagavond bij de vader kan verblijven. Beide ouders hebben aangegeven zich hierin te kunnen vinden.
De rechtbank zal de onderling overeengekomen regeling met de hierboven genoemde uitbreiding vaststellen, omdat zij dit in het belang van [de minderjarige] acht. Daarbij merkt de rechtbank op dat het partijen altijd vrij staat deze zorgregeling in onderling overleg te wijzigen. Eventueel kunnen partijen op termijn met behulp van een neutrale derde afspraken maken om de vastgestelde zorgregeling verder uit te breiden. Het zou immers positief zijn als de wens van [de minderjarige] om haar vader vaker te zien in vervulling kan gaan.
Ten aanzien van de verdeling van de vakanties hebben partijen gedeeltelijke overeenstemming bereikt. Op de zitting is besproken dat vakanties met een duur van twee weken bij helfte verdeeld zullen worden en vakanties met een duur van een week in de even en oneven jaren telkens met elkaar zullen worden afgewisseld. Ook is afgesproken dat [de minderjarige] , als zij volgens de vakantieregeling bij de vader is, de hele week bij de vader verblijft. De moeder heeft op de zitting toegezegd dat de opvang van [de minderjarige] op de dinsdag en vrijdag ook in de vakantieweken doorloopt. Hierdoor hoeft de vader minder vrije dagen op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, omdat zij dit in het belang van [de minderjarige] acht. Aangezien de moeder geen specifieke verdeling van deze vakanties heeft opgenomen in haar verzoek, zal de rechtbank hiervoor aansluiten bij het verzoek van de vader. Ten aanzien van de verdeling van de zomervakantie is op de zitting besproken dat zal worden aangesloten bij het verzoek van de moeder.
Ook ten aanzien van de verdeling van de feestdagen hebben partijen gedeeltelijke overeenstemming bereikt. Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat partijen het eens zijn over de verdeling van Oud en Nieuw, de verjaardagen van de ouders en [de minderjarige] en Vader- en Moederdag. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, omdat zij dit in het belang van [de minderjarige] acht. De ouders zijn het echter niet eens over de verdeling van Kerst, Pasen, Pinksteren en Koningsdag. Zij willen beiden dat de kerstdagen verdeeld worden, maar de vader heeft geen specifieke verdeling van de kerstdagen verzocht. De rechtbank zal de verdeling van de kerstdagen daarom conform het verzoek van de moeder vaststellen. De moeder heeft verder gesteld dat zij Pasen en Pinksteren wel viert en de vader niet. De vader heeft dit niet betwist. De rechtbank zal daarom ten aanzien van deze feestdagen eveneens het verzoek van de moeder volgen. De rechtbank overweegt tot slot dat Koningsdag doorgaans in de meivakantie valt en dat daarom de reguliere vakantieregeling gevolgd zal worden, zodat de wisselmomenten voor [de minderjarige] worden beperkt.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn:
  • elke woensdag uit school tot 19.30 uur;
  • om het weekend van vrijdag uit de buitenschoolse opvang tot maandagochtend naar school;
bepaalt ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen als volgt:
  • zomervakantie: in even jaren de eerste, tweede en vijfde week bij de vader en de derde, vierde en zesde week bij de moeder, in oneven jaren andersom;
  • herfstvakantie: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
  • kerstvakantie: in even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, in oneven jaren andersom;
  • voorjaarsvakantie: in even jaren bij de vader; in oneven jaren bij de moeder;
  • meivakantie: in even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader, in oneven jaren andersom;
  • Kerst: eerste kerstdag bij de moeder en tweede kerstdag bij de vader;
  • Oud en Nieuw: in even jaren bij de vader en in oneven jaren bij de moeder;
  • Pasen: eerste Paasdag bij de moeder en tweede Paasdag bij de vader;
  • Pinksteren: eerste Pinksterdag bij de moeder en tweede Pinksterdag bij de vader;
  • Verjaardag moeder: bij de moeder;
  • Verjaardag vader: bij de vader;
  • Vaderdag: bij de vader;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Verjaardag [de minderjarige]: bij de ouder bij wie [de minderjarige] conform de reguliere zorgregeling verblijft met een belmoment voor de andere ouder;
  • Koningsdag: bij de ouder bij wie [de minderjarige] conform de reguliere vakantieregeling verblijft;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2025.