Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 22 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 24 oktober 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 31 oktober 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [dag] 2020 in [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .
- [minderjarige] verblijft momenteel bij de vrouw.
Verzoek en verweer
- [minderjarige] voorlopig, voor de duur van het geding, aan de vrouw toe te vertrouwen;
- het exclusief gebruik van de echtelijke huurwoning in [plaats 2] aan de vrouw toe te wijzen, met het bevel dat de man die woning uiterlijk twee dagen na betekening dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
- de voorlopig zorgregeling tussen [minderjarige] en de man vooralsnog op te schorten, althans te gelasten dat het contact tussen [minderjarige] en de man moet worden opgebouwd onder begeleiding;
- althans zodanige beslissingen te nemen als de rechtbank zal vermenen te behoren,
- [minderjarige] voorlopig, voor de duur van het geding, aan de man toe te vertrouwen;
- te bepalen dat de man het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning krijgt;
- te bepalen dat er een voorlopige zorgregeling zal gelden waarbij [minderjarige] de ene week bij de man verblijft en de andere week bij de vrouw, dan wel de ene week drie dagen bij de man en de andere week vier dagen, dan wel een zorgregeling zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen,
Beoordeling
- Welke problemen spelen er precies spelen binnen het gezin?
- Is het in het belang van [minderjarige] om het contact met de man verder uit te breiden en zo ja, op welke wijze? In dit laatste geval: bij welke ouder dient [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats te hebben en welke (uiteindelijke) zorgregeling is het meest in het belang van [minderjarige] ?
- Is er hulpverlening nodig voor [minderjarige] , de vrouw en/of de man, en zo ja, welke (vorm van) hulpverlening?
onder zaak- en rekestnummer C/09/695272 en FA RK 25-8966.De rechtbank verzoekt de Raad om het advies en rapport aan de rechtbank in die procedure in te brengen.
Beslissing
in de bodemprocedure, onder zaak- en rekestnummer C/09/695272 en FA RK 25-8966;
in de bodemprocedure, onder zaak- en rekestnummer C/09/695272 en FA RK 25-8966;