AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens levensgevaar en ernstige verwaarlozing
De rechtbank Den Haag behandelde op 8 december 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1960. Betrokkene verblijft in een psychiatrische accommodatie en vertoont psychotische kenmerken met depressieve klachten. Er is sprake van een acute crisissituatie waarbij betrokkene levensgevaar loopt door het niet innemen van noodzakelijke hartmedicatie.
Uit de medische verklaringen en het verhoor van de behandelend arts blijkt dat betrokkene een ernstig verminderde hartfunctie heeft en meerdere keren is opgenomen wegens hartfalen. Betrokkene erkent zijn aandoening niet en weigert medicatie, vermoedelijk door een paranoïde psychotische stoornis. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
De rechtbank acht voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en proportioneel, waarbij verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie worden toegestaan. Betrokkene verzet zich tegen de maatregel, maar er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 29 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 29 december 2025 wegens levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695614 / FA RK 25-9161
Datum beschikking: 8 december 2025
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 5 december 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te onbekend,
thans verblijvende in de accommodatie Parnassia, [afdeling] te [plaats] ,
advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 4 december 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 4 december 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, telefonisch bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam 2] ;
- de behandelend arts, [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft aangegeven niet achter de aanvraag van de voortzetting van de crisismaatregel te staan. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, zij heeft geen contact gehad met betrokkene.
De behandelend arts heeft naar voren gebracht dat betrokkene psychotische kenmerken vertoont en dat deze de boventoon voeren. Er is sprake van depressieve klachten. Op het moment wordt diagnostiek uitgevoerd, er is nog geen sprake van behandeling. Er moet duidelijkheid komen over wat er speelt voordat de behandeling kan starten. Levensgevaar is het voornaamste ernstige nadeel, betrokkene neemt als gevolg van zijn psychische klachten de benodigde hartmedicatie niet in. Betrokkene functioneert op de afdeling.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstige verwaarlozing.
Betrokkene is binnen één jaar tijd acht keer opgenomen geweest in het ziekenhuis met decompensatio cordis, hartfalen, omdat hij zijn hartmedicatie niet inneemt. Betrokkene heeft nog maar 15% pompfunctie van het hart. Betrokkene werkt in het ziekenhuis mee aan behandeling maar zodra hij met ontslag is, neemt hij de benodigde medicatie niet in. Betrokkene denkt dat hij door de medicatie vergiftigd wordt. Betrokkene heeft gestoord ziektebesef- en inzicht. Hij erkent niet dat hij een hartkwaal heeft.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een paranoïde psychotische stoornis, mogelijk ook een neurocognitieve stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg is – door de toelichting van de behandelend arts – ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de behandelend arts en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene wil niet meewerken voordat er verwijsbrieven van zijn huisarts zijn. Hij vindt dat hij wordt geschonden in zijn privéleven en dat er sprake is van dwang.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , [land] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.