ECLI:NL:RBDHA:2025:26155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening verzoekster niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen griffierecht
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van de verzoekster behandeld. De verzoekster, vertegenwoordigd door drs. F.W. King, heeft een beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Asiel en Migratie, die haar aanvraag op 15 juli 2025 had afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de verzoekster het griffierecht van € 194,- niet tijdig heeft betaald. De griffier had de verzoekster in een aangetekende brief van 3 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen twee weken te betalen. De verzoekster heeft echter geen tijdige betaling gedaan en heeft ook geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven. Hierdoor kon de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordelen. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, en het betaalde griffierecht zal worden teruggestort. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan op 30 december 2025 en is openbaar uitgesproken.