ECLI:NL:RBDHA:2025:26157
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was op 13 oktober 2025 opgelegd en duurde voort. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 12 november 2025, waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. Daarom richtte de toetsing zich nu alleen op de periode vanaf 5 november 2025. Eiser voerde geen nieuwe beroepsgronden aan, waardoor de rechtbank een ambtshalve toetsing uitvoerde aan de hand van de rechtmatigheidsvoorwaarden en relevante jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel in de te toetsen periode niet onrechtmatig was. Ook werd vastgesteld dat het familie- en gezinsleven van eiser en het non-refoulementbeginsel zich niet verzetten tegen zijn verwijdering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.