ECLI:NL:RBDHA:2025:26160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/09/662053 / FA RK 24-1400
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en informatieregeling voor minderjarige met doorverwijzing naar parallel ouderschap

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieregeling voor een minderjarige geboren in 2016. De ouders verschillen van mening over de omgangsregeling, met name over de woensdagregeling en de verdeling van de zomervakantie. De rechtbank constateert een wijziging van omstandigheden door het tijdsverloop en de verslechterde communicatie tussen de ouders.

De rechtbank bepaalt dat de minderjarige elke week op maandag en dinsdag en om de week in het weekend bij de vader zal zijn. De vakanties worden in onderling overleg verdeeld, waarbij tijdens de zomervakantie een 2-2-1-1 verdeling geldt om lange aaneengesloten periodes zonder contact met een ouder te voorkomen. De ouders worden verplicht elkaar via een schriftje te informeren over belangrijke zaken omtrent de minderjarige.

Verder wordt bepaald dat het paspoort van de minderjarige in beheer is bij de moeder en de ID-kaart bij de vader, waarbij de kosten voor de ID-kaart gezamenlijk worden gedragen. De rechtbank verwijst de ouders naar een traject parallel (solo) ouderschap vanwege de verstoorde communicatie, waarbij beide ouders bereid zijn deel te nemen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en informatieregeling, legt omgangs- en vakantieafspraken vast en verwijst ouders naar een traject parallel ouderschap.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-1400
Zaaknummer: C/09/662053
Datum beschikking: 9 december 2025

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatieregeling

Beschikking op het op 22 februari 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.H.S. de Baar in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.J. de Deugd in Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas.

Procedure

Bij beschikking van 8 mei 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – bepaald dat de vader met ingang van 22 februari 2024 een kinderalimentatie voor de minderjarige [minderjarige] ([minderjarige]), geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] van € 500,- per maand, aan de moeder dient te voldoen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de overige verzoeken is pro forma aangehouden.
Bij beschikking van 29 april 2025 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieplicht met dwangsom aangehouden en zijn de ouders doorverwezen naar mediation.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
 het F9 formulier van 18 augustus 2025 van de moeder, met bijlage;
 het F9 formulier van 25 augustus 2025 van de vader;
 het bericht van 18 september 2025 van het mediationbureau;
 het F9 formulier van 19 september 2025 van de vader;
 het bericht van 10 november 2025, met aanvullend verzoek, van de moeder.
[minderjarige] heeft in een brief aan de rechter laten weten wat hij van het verzoek vindt.
Op 11 november 2025 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
 de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
 de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
 [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

De moeder heeft bij bericht van 10 november 2025 de rechtbank aanvullend verzocht te bepalen dat:
 het paspoort van [minderjarige] in beheer van de moeder is;
 de ouders een ID-kaart aanvragen voor [minderjarige], waarbij zij ieder de helft van de kosten voor de aanvraag voldoen;
 de ID-kaart van [minderjarige] in beheer van de vader is,
een en ander kosten rechtens en met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft op de zitting verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Op grond van artikel 1:253a in samenhang met artikel 1:377e lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders, een beslissing inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onvolledige of onjuiste gegevens is uitgegaan. In een voorkomend geval beproeft de rechtbank gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW eerst een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt.
Ontvankelijkheid
Tussen de ouders bestaat discussie over de vraag of er sprake is van een wijziging van omstandigheden.
Uit de stukken en dat wat op de zitting met de ouders is besproken, is de rechtbank gebleken dat in september 2020 een ouderschapsplan is opgesteld dat echter niet door de vader is ondertekend. De in dit ouderschapsplan opgenomen zorgregeling wordt wel uitgevoerd, met dien verstande dat [minderjarige] vanaf oktober 2022 in afwijking van deze regeling ook om de week op de woensdag naar de vader gaat. Volgens de moeder heeft de vader dit afgedwongen en was zij het hier niet mee eens. Los van de vraag of er overeenstemming was tussen de ouders over deze wijziging van de zorgregeling hebben de ouders de afgelopen jaren aan deze gewijzigde regeling uitvoering gegeven. De rechtbank overweegt dat [minderjarige] inmiddels 9 jaar is en drie jaar ouder dan toen de gewijzigde regeling is ingegaan. Gelet op het tijdsverloop van drie jaar en de verslechterde verstandhouding en communicatie tussen de ouders is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank zal de moeder daarom ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting met de ouders is besproken, is de rechtbank gebleken dat de ouders van mening verschillen over of [minderjarige] om de week op de woensdag afwisselend bij de ouders moet zijn. De moeder verzoekt de zorgregeling te wijzigen naar de oorspronkelijke afspraak zoals in het ouderschapsplan was opgenomen waarbij [minderjarige] op de woensdag altijd bij de moeder is. Volgens de moeder is dit verzoek in het belang van [minderjarige] gelet op de meerdere incidenten die er zijn geweest die tot stressvolle situaties hebben geleid. De vader ziet daarentegen geen enkele reden om de zorgregeling te wijzigen. De zorgregeling loopt volgens de vader al een hele tijd zonder duidelijke problemen.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de verstoorde communicatie tussen de ouders en de verschillende visies die zij hebben over de gebeurtenissen van de afgelopen jaren is [minderjarige] gebaat bij zoveel mogelijk rust en duidelijkheid in de zorgregeling. Het steeds wisselen van de woensdag brengt voor [minderjarige] onduidelijkheid en ruis met zich mee. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij op vaste dagen bij zijn vader en zijn moeder is. De rechtbank zal daarom bepalen dat [minderjarige] elke week op de maandag en dinsdag en om de week het weekend bij de vader is.
Ten aanzien van de verdeling van de vakanties is gebleken dat de ouders het met elkaar eens zijn dat de vakanties in onderling overleg bij helfte zullen worden verdeeld zodat de rechtbank dienovereenkomstig zal beslissen.
De ouders zijn het alleen niet eens over hoe de weken van de zomervakantie verdeeld moeten worden. De moeder wenst een verdeling aan te houden waarbij [minderjarige] eerst twee weken bij de ene ouder dan twee weken bij de andere ouder is. De laatste twee weken is [minderjarige] één week bij de ene ouder en dan één week bij de andere ouder. De vader wenst een verdeling waarbij [minderjarige] drie weken bij de ene ouder en drie weken bij de andere ouder is.
De rechtbank is van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is wanneer hij drie aaneengesloten weken één van zijn ouders niet ziet. Gelet op de verstoorde communicatie tussen de ouders en de jonge leeftijd van [minderjarige] vindt de rechtbank een periode van drie weken te lang. De rechtbank zal daarom vastleggen dat tijdens de zomervakantie een 2-2-1-1 verdeling zal gelden.
Doorverwijzing UHA
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de communicatie tussen de ouders verstoord is. Zij kunnen niet meer op constructieve wijze met elkaar communiceren en hebben weinig vertrouwen in elkaar. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de ouders een manier vinden om het ouderschap vorm te geven. Mede op advies van de Raad is in dat kader op de zitting met de ouders een verwijzing naar een traject parallel (solo) ouderschap besproken. Hoewel de mediation tussen de ouders niet is geslaagd, hebben beide ouders op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject parallel solo ouderschap.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar [instantie] voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan [instantie].
Omdat de rechtbank in deze beschikking op de verzoeken een eindbeslissing geeft, zal de rechtbank de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet verzoeken om de eindrapportage over het verloop van het hulpverleningstraject in te dienen en ziet de rechtbank geen aanleiding om, al dan niet voorwaardelijk, een onderzoek door de Raad te gelasten.
Informatieregeling
De moeder heeft haar verzoek om een informatieregeling met dwangsom op de zitting ingetrokken zodat de rechtbank vaststelt dat er ten aanzien van de informatieregeling niets meer te beslissen valt.
De ouders hebben vervolgens op de zitting afgesproken dat zij door middel van het bijhouden van een schriftje elkaar over belangrijke dingen omtrent [minderjarige] zullen informeren. Op deze manier kunnen alle gebeurtenissen omtrent [minderjarige] meteen in het schriftje worden opgeschreven zodat dit niet op een later moment bij de overdracht wordt vergeten. Dit schriftje zal bij de overdracht van [minderjarige] steeds worden meegegeven. Nu de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht, zal zij dienovereenkomstig beslissen.
Overeenstemming paspoort en ID-kaart
De moeder heeft bij bericht van 10 november 2025 de rechtbank aanvullend verzocht te bepalen dat de ouders gezamenlijk een ID-kaart voor [minderjarige] zullen aanvragen en de kosten hiervan zullen delen. Daarnaast verzoekt zij te bepalen dat het paspoort van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de moeder en de nieuwe ID-kaar van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de vader. De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij instemt met de verzoeken van de moeder.
Gelet op de instemming van de vader stelt de rechtbank vast dat de moeder en de vader een ID-kaart voor [minderjarige] zullen aanvragen en de kosten hiervan zullen delen. Deze afspraak leent zich niet voor opname in het dictum, maar is een afspraak die partijen bindt zodat de rechtbank ervan uit gaat dat de ouders zich hier aan zullen houden. Gelet op de instemming van de vader zal de rechtbank voorts bepalen dat het Nederlandse paspoort van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de moeder en de Nederlandse ID-kaart van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de vader.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling – :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] bij de vader zal zijn:
  • elke week op maandag en dinsdag en;
  • om de week het weekend;
*
bepaalt dat de vakanties in onderling overleg bij helfte zullen worden verdeeld waarbij in de zomervakantie een 2-2-1-1 verdeling zal gelden;
*
bepaalt dat de ouders elkaar door middel van het bijhouden van een schriftje zullen informeren over [minderjarige], welk schriftje steeds bij de overdracht van [minderjarige] zal worden meegegeven;
*
bepaalt dat het Nederlandse paspoort van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de moeder;
*
bepaalt dat de Nederlandse ID-kaart van [minderjarige] in beheer zal zijn bij de vader;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader],
de vader,
wonende te [adres 1], [postcode 1] [plaats 1],
en
[de moeder],
de moeder,
wonende te [adres 2], [postcode 2] [plaats 2],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) [instantie] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
[instantie], Omgangsbegeleiding, [adres 3], [postcode 3] [plaats 2];
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 december 2025.