De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieregeling voor een minderjarige geboren in 2016. De ouders verschillen van mening over de omgangsregeling, met name over de woensdagregeling en de verdeling van de zomervakantie. De rechtbank constateert een wijziging van omstandigheden door het tijdsverloop en de verslechterde communicatie tussen de ouders.
De rechtbank bepaalt dat de minderjarige elke week op maandag en dinsdag en om de week in het weekend bij de vader zal zijn. De vakanties worden in onderling overleg verdeeld, waarbij tijdens de zomervakantie een 2-2-1-1 verdeling geldt om lange aaneengesloten periodes zonder contact met een ouder te voorkomen. De ouders worden verplicht elkaar via een schriftje te informeren over belangrijke zaken omtrent de minderjarige.
Verder wordt bepaald dat het paspoort van de minderjarige in beheer is bij de moeder en de ID-kaart bij de vader, waarbij de kosten voor de ID-kaart gezamenlijk worden gedragen. De rechtbank verwijst de ouders naar een traject parallel (solo) ouderschap vanwege de verstoorde communicatie, waarbij beide ouders bereid zijn deel te nemen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.