ECLI:NL:RBDHA:2025:26175

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/09/663589 / FA RK 24-2135
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Adoptie van een minderjarige en inschrijving van een buitenlandse geboorteakte

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 9 december 2025 een beschikking gegeven inzake de adoptie van een minderjarige, geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [land]. Verzoekers, de vader en verzoekster, hebben op 11 maart 2024 een verzoek ingediend tot stiefouderadoptie van de minderjarige. De vader is met het eenhoofdig gezag belast over de minderjarige, zoals vastgesteld in een eerdere beschikking van 4 juli 2025. De rechtbank heeft de verzoekers in de gelegenheid gesteld om een gelegaliseerde geboorteakte van de minderjarige in te dienen, wat heeft geleid tot de beoordeling van de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte in het Nederlandse register.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster en de vader ten minste drie aaneengeschakelde jaren samen hebben geleefd en dat verzoekster de minderjarige sinds 12 januari 2020 verzorgt en opvoedt. De moeder van de minderjarige heeft in een schriftelijke verklaring haar toestemming gegeven voor de adoptie. De Raad voor de Kinderbescherming heeft aanvankelijk geadviseerd het verzoek af te wijzen, maar heeft zich na kennisname van de verklaring van de moeder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft geoordeeld dat aan de wettelijke vereisten voor adoptie is voldaan en heeft het verzoek tot adoptie toegewezen. Tevens is bepaald dat de inschrijving van de geboorteakte van de minderjarige in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage zal plaatsvinden, op basis van de gelegaliseerde Gambiaanse akte van geboorte. De beschikking is uitgesproken ter openbare terechtzitting en is gegeven door een meervoudige kamer van kinderrechters.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2135
Zaaknummer: C/09/663589
Datum beschikking: 9 december 2025

Stiefouderadoptie

Beschikking op het op 11 maart 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] en [verzoekster] ,

verzoekers, dan wel de vader en verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te [land] .
met betrekking tot de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte wordt als belanghebbende aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand,

zetelend te 's-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar

Procedure

Bij beschikking van 4 juli 2025 van deze rechtbank is de vader met het eenhoofdig gezag belast over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] , [land] . De behandeling van het verzoek tot stiefouderadoptie van [minderjarige] door verzoekster is aangehouden teneinde verzoekers in de gelegenheid te stellen een gelegaliseerde geboorteakte van [minderjarige] in het geding te brengen. Verder is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de inschrijfbaarheid van de gelegaliseerde Gambiaanse geboorteakte.
De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling op 17 juni 2025 de volgende stukken ontvangen – voor zover inhoudelijk van belang –:
- de brief van verzoekers van 2 juli 2025, met als bijlage de gelegaliseerde
geboorteakte van [minderjarige] ;
- de brief van de ambtenaar van 4 november 2025.
Om procedurele redenen is de behandeling van de zaak door mr. A.M.M. Vingerling overgenomen door mr. A.P. de Klerk. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld om een nieuwe mondeling behandeling te vragen. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is nog het verzoek tot adoptie van [minderjarige] door verzoekster, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoekers in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Op grond van artikel 10:105, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het tweede lid, het Nederlandse recht van toepassing. Op grond van 10:105, tweede lid, BW is het Gambiaanse recht van toepassing op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind.
Inhoudelijke beoordeling
[minderjarige] is geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 juli 2025 is de vader met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast. Deze uitspraak is inmiddels onherroepelijk geworden.
Verzoekster, geboren op [geboortedatum 2] 1967 te [geboorteplaats 2] , en de vader, geboren op [geboortedatum 3] 1989 te [geboorteplaats 3] , [land] , zijn gehuwd op [datum] 2020. Verzoekster heeft ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de vader samengeleefd. Verzoekster heeft met de vader sinds 12 januari 2020 en dus gedurende ten minste één jaar [minderjarige] verzorgd en opgevoed.
Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring (Affidavit) van de moeder van 16 april 2025, waarbij zij – onder meer – meedeelt akkoord te gaan met de adoptie van [minderjarige] ten gunste van verzoekster
.
Het is de rechtbank voldoende gebleken dat [minderjarige] over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij zijn leeftijd en peil van ontwikkeling.
In het raadsrapport heeft de Raad aanvankelijk geadviseerd het verzoek af te wijzen omdat het voor de Raad niet vast stond dat [minderjarige] niets meer van zijn moeder te verwachten heeft in de hoedanigheid van ouder en het niet duidelijk is of de moeder het verzoek tegenspreekt. Op de zitting heeft de Raad kennisgenomen van de door de moeder afgelegde affidavit. De Raad heeft zich op de zitting, gelet deze verklaring en op het feit dat [minderjarige] al sinds 12 januari 2020 mede door verzoekster wordt opgevoed, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.
Nu geen wijziging van de geslachtsnaam van [minderjarige] is verzocht, behoudt hij de geslachtsnaam [geslachtsnaam] .
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Inschrijving geboorteakte
Om de adoptie te effectueren dient een latere vermelding van de adoptie op de geboorteakte van [minderjarige] te worden geplaatst.
Ten aanzien van [minderjarige] is een gelegaliseerde Gambiaanse akte van geboorte overgelegd, opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie.
De ambtenaar heeft in zijn brief van 4 november 2025 aangegeven dat de Gambiaanse geboorteakte in aanmerking komt voor inschrijving in het Nederlandse register van geboorte van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, als de rechtbank van oordeel is dat tussen de vader en [minderjarige] familierechtelijke betrekkingen tot stand zijn gekomen. De rechtbank overweegt daarover dat uit het toepasselijke Britse recht (
Births, deaths and marriage registration 1990) volgt dat het vaderschap van de vader vaststaat omdat hij in de geboorteakte van [minderjarige] als vader is vermeld.
De rechtbank zal op grond van artikel 1:25, vijfde lid, BW, ambtshalve een last geven tot inschrijving van deze geboorteakte.

Beslissing

De rechtbank:

*
spreekt uit de adoptie van:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] , [land] ,
door [verzoekster] , geboren op [geboortedatum 2] 1967 te [geboorteplaats 2] ,
juridisch ouder naast: [de vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1989 te [geboorteplaats 3] , [land] ;
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
*
gelast de inschrijving van de akte van geboorte van [minderjarige] , opgemaakt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Brufut, [land] (waarvan een afschrift aan deze beschikking is gehecht) in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. van der Vliet, A.P. de Klerk en T.M. Coppes, kinderrechters, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.