ECLI:NL:RBDHA:2025:26192

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694997 / JE RK 25-2004
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 9 december 2025, wordt de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengd voor de duur van een jaar. Tevens wordt een machtiging verleend voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor drie maanden. De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door complexe problematiek, waardoor hij moeite heeft met prikkels en veranderingen. De kinderrechter heeft eerder op 28 november 2025 een tijdelijke ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De gecertificeerde instelling heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing, wat door de kinderrechter wordt toegewezen. De kinderrechter benadrukt dat de minderjarige positieve stappen zet, maar dat intensieve hulpverlening noodzakelijk blijft. De kinderrechter heeft ook aandacht voor de onduidelijkheid rondom de vervolgplek van de minderjarige en de noodzaak om de verlofmomenten met de moeder te onderzoeken. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/694997 / JE RK 25-2004
Datum uitspraak: 9 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 december 2025 en voor dezelfde duur een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 28 november 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 8 december 2025.
1.3.
Op 9 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam 3] , de pedagogisch medewerker vanuit [instelling] , door de kinderrechter aangemerkt als informant.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover - in het bijzijn van zijn advocaat en de pedagogisch medewerker - een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 28 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling handhaaft het aangehouden deel van het verzoek.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en op de zitting nader toegelicht. Bij [de minderjarige] is sprake van complexe problematiek. Zijn verblijf bij [instelling] verloopt wisselend. [de minderjarige] heeft behoefte aan structuur en is sterk afhankelijk van de externen om zich heen. Hij heeft moeite met alle prikkels op de groep. Gezien wordt dat [de minderjarige] beter functioneert bij vaste medewerkers en dat hij dan beter in staat is om zijn door de hulpverlening aangeleerde vaardigheden toe te passen en te herstellen. [de minderjarige] gaat nog steeds naar Brainblocks en wordt behandeld door een psychiater van [instelling] . [de minderjarige] krijgt zo’n 60 uur per week één-op-één begeleiding en het gaat stapje voor stapje beter met hem. [de minderjarige] geniet van zijn verlof bij de moeder en de oom. Het perspectief van [de minderjarige] ligt bij ASVZ, maar er is nog geen zich op wanneer hij daar terecht kan vanwege de geringe uitstroom op de voor hem passende groep. [de minderjarige] ontwikkeling stagneert bij [instelling] en daarom wordt er gezocht naar een tussenplek. [de minderjarige] is op verschillende plekken afgewezen. Momenteel lijkt een plek bij Jero Zorg het meest passend. [de minderjarige] zou dan eerst met een begeleider in een appartement verblijven in [plaats 1] en vervolgens naar een kleinschalige groep in [plaats 2] kunnen gaan. Deze verblijfplekken zijn nieuw en moeten nog goedgekeurd worden door de gemeente, waardoor het nog onduidelijk is wanneer [de minderjarige] er terecht kan. Jero Zorg heeft op basis van het dossier de screening goedgekeurd, maar de tussenstap in het appartement is noodzakelijk om te kijken of de groep in [plaats 2] echt passend is. Zijn functioneren in het appartement bepaalt of en hoe snel hij door kan stromen naar deze groep. De jeugdbeschermer erkent dat dit niet ideaal is, maar er is momenteel geen alternatieve vervolgplek. De jeugdbeschermer gaat aan Jero Zorg de mogelijkheid voorleggen dat een begeleider mee kan kijken bij [instelling] , zodat de tussenstap overgeslagen kan worden en [de minderjarige] alvast aan een nieuwe begeleider kan wennen. Ook zal de jeugdbeschermer met de moeder in gesprek gaan over de mogelijkheden van een extra verlofmoment voor [de minderjarige] . Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk, omdat intensieve hulpverlening noodzakelijk is om [de minderjarige] tot zijn ontwikkeling te laten komen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [de minderjarige] is ingestemd met een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden, maar niet voor een langere duur. Het gaat beter met [de minderjarige] . Hij is in staat om beter met zijn boosheid om te gaan. Als hij spanning ervaart gaat hij naar zijn kamer toe of praat hij met begeleiding. [de minderjarige] denkt dat hij niet per se op [instelling] hoeft te zijn om hier verder aan te werken. Het lukt [de minderjarige] vanwege spanning niet altijd om naar Brainblocks te gaan, maar hij gaat ongeveer één keer per week. [de minderjarige] staat open voor agressietherapie en een klein stukje traumatherapie. [de minderjarige] gaat niet naar school toe, omdat dit te vaak fout is gegaan. Wel heeft hij drie keer per week dagbesteding waarbij hij fietsen repareert. Namens [de minderjarige] is verweer gevoerd tegen de machtiging in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, omdat nog onduidelijk is waar [de minderjarige] naartoe zal gaan. De advocaat heeft haar zorgen geuit over de door de gecertificeerde instelling beoogde vervolgplek. [de minderjarige] vindt het goed om naar Jero Zorg in [plaats 2] te gaan, maar hij wil niet eerst alleen met een begeleider in [plaats 1] verblijven. De advocaat vindt het onnodig dat [de minderjarige] eerst één-op-één wordt begeleid door Jero zorg, omdat het altijd goed met hem gaat als er geen andere jongeren bij zijn. [de minderjarige] ervaart problemen in een groepsetting. Daarnaast zijn meerdere veranderingen in woonplaats en begeleiding niet in het belang van [de minderjarige] . De advocaat vindt het een goed idee dat Jero Zorg gevraagd zal worden om [de minderjarige] bij [instelling] te observeren en dat gekeken zal worden of [de minderjarige] vaker op verlof naar de moeder kan gaan. Vanwege de onduidelijkheid rondom de vervolgplek, kan [de minderjarige] de komende periode beter op [instelling] verblijven.
4.2.
Desgevraagd heeft de pedagogisch medewerker naar voren gebracht dat [de minderjarige] beter met zijn boosheid om kan gaan. Hij handelt pre-escalerend en vraagt bijvoorbeeld of hij met begeleiding buiten mag rondlopen. Het is lastig voor [de minderjarige] dat hem al een lange tijd wordt beloofd hij zo snel mogelijk naar een vervolgplek toegaat, maar dit steeds niet gebeurt. De pedagogisch medewerker vindt het geen goed idee dat [de minderjarige] eerst naar een appartement gaat met maar één begeleider. Als een begeleider van Jero Zorg bij [instelling] mee zou kijken dan kan hij [de minderjarige] leren kennen terwijl er nog vertrouwde medewerkers om hem heen zijn. De pedagogisch medewerker is bereid om met de moeder in gesprek te gaan over de mogelijkheid dat [de minderjarige] doordeweeks een keer bij de moeder overnacht of eet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is sprake van complexe problematiek, waardoor hij het lastig vindt om met veel prikkels en veranderingen om te gaan. Als de spanning bij [de minderjarige] oploopt, kan dit escaleren. Gezien wordt dat [de minderjarige] wel positieve stappen zet. Bij oplopende spanning gaat hij naar zijn kamer of loopt hij met een begeleider buiten een rondje. Het is knap dat hij hierdoor escalaties kan voorkomen. Daarnaast leert [de minderjarige] om fietsen te repareren en doet hij daarbij erg zijn best om zich als een goede werknemer te gedragen. [de minderjarige] heeft zelfinzicht getoond door aan te geven dat hij therapie wil voor zijn agressie en dat hij open staat voor behandeling van zijn trauma’s. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om passende hulpverlening in te kunnen zetten en te continueren en om ervoor te zorgen dat de jeugdbeschermer kan blijven zoeken naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
5.4.
De gecertificeerde instelling heeft de afgelopen periode gezocht naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige] , omdat er nog steeds geen zicht is wanneer [de minderjarige] bij de perspectiefbiedende plek bij ASVZ terecht kan. Het plan dat door de jeugdbeschermer op de zitting is voorgelegd, dat [de minderjarige] op een open groep bij Jero Zorg terecht zou kunnen, is op dit moment nog omgeven met te veel onduidelijkheden. Zo zijn de vergunningen voor deze nieuwe groep nog niet rond. Ook zou er een tussenstap noodzakelijk zijn waarbij [de minderjarige] eerst samen met een begeleider in een appartement zou verblijven, om te kijken of de groep in [plaats 2] echt passend is. Dit alles is niet in het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft moeite met veranderingen en daarom is het belangrijk dat hij zo min mogelijk wisselingen ervaart. Op de zitting hebben alle partijen ingestemd met de aanhouding van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing op deze open groep. Eerst moet duidelijk zijn of [de minderjarige] daadwerkelijk naar deze plek kan, voordat hij uit [instelling] vertrekt. De kinderrechter machtigt de gecertificeerde instelling daarom om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 2 maart 2026. De komende periode dient er duidelijkheid te komen over de vervolgplek van [de minderjarige] . Ook dient de gecertificeerde instelling te onderzoeken of de verlofmomenten tussen [de minderjarige] met de moeder kunnen worden uitgebreid.
5.5.
Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek van de gecertificeerde instelling voor het overige aan te houden. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling
uiterlijk twee weken voorafgaand aan de volgende zitting, of indien er duidelijkheid is over de vervolgplek, zoveel eerder, een schriftelijke update te versturen met daarin de stand van zaken ten aanzien van de vervolgplek voor [de minderjarige] , zijn ontwikkeling en een eventuele uitbreiding van zijn verlof.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [de minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 2 december 2026;
6.2.
verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 12 december 2026 tot 2 maart 2026;
6.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen voor 2 maart 2026, bij voorkeur bij mr. N.B. Haverhoek;
6.5.
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • de gecertificeerde instelling;
  • [de minderjarige] en zijn advocaat;
  • de moeder.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).