ECLI:NL:RBDHA:2025:26204
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijfsrecht voor Unieburger wegens onvoldoende aaneengesloten verblijf
Eiser, een Britse burger, heeft een aanvraag ingediend voor een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie'. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet kon aantonen dat hij vijf jaar onafgebroken en rechtmatig in Nederland had verbleven, zoals vereist volgens de Verblijfsrichtlijn 2004/38/EG.
Eiser voerde aan dat tijdelijke afwezigheden van maximaal zes maanden per jaar het ononderbroken karakter van het verblijf niet mogen aantasten. De rechtbank verwijst echter naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat eiser in de periode dat hij niet in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven, zijn hoofdverblijf niet in Nederland had. Dit betekent dat hij niet voldeed aan de vereiste van onafgebroken verblijf.
Omdat eiser geen hoger beroep heeft ingesteld tegen die eerdere uitspraak, is deze in rechte vast komen te staan. De rechtbank concludeert daarom dat eiser geen duurzaam verblijfsrecht heeft opgebouwd en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van duurzaam verblijfsrecht.