ECLI:NL:RBDHA:2025:26210
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige zorgregeling en opbouw contactregeling tussen ouders en minderjarige kinderen
De vader en moeder, gezamenlijk gezagdragend over drie minderjarige kinderen, zijn in geschil over de uitvoering en wijziging van de zorgregeling zoals vastgelegd in het ouderschapsplan van 12 april 2024. De vader vordert nakoming van de bestaande regeling, terwijl de moeder wijziging verlangt vanwege zorgen over de wijze van contact en de emotionele ontwikkeling van de kinderen.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het vonnis een voorlopige ordemaatregel betreft, geldig tot een bodemprocedure of nieuwe afspraken. Voor de oudste minderjarige, die op een meidenwoongroep woont, wordt geen regeling vastgelegd; contact blijft in onderling overleg. Voor de twee jongere kinderen wordt een gefaseerde opbouw van contact bij de vader vastgesteld, beginnend met dagbezoeken en geleidelijk overnachtingen, met een volledige hervatting van het ouderschapsplan per 1 april 2026.
De vader brengt de kinderen wekelijks naar voetbaltraining en haalt ze weer op. Tijdens de kerstvakantie gelden afwijkende bezoekdagen. De voorzieningenrechter wijst de vordering tot dwangsom af, gezien de constructieve afspraken. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Tevens worden persoonlijke brieven aan de kinderen toegevoegd waarin de uitspraak en afspraken worden toegelicht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter stelt een gefaseerde voorlopige zorgregeling vast die leidt tot volledige hervatting van het ouderschapsplan per 1 april 2026.