ECLI:NL:RBDHA:2025:26211

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695266 / JE RK 25-2035
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met een belast verleden

In deze zaak heeft de kinderrechter op 19 december 2025 een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om [minderjarige] onder toezicht te stellen tot zijn meerderjarigheid en om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat [minderjarige] een belast verleden heeft, met traumatische ervaringen en een langdurige vechtscheiding van zijn ouders. Hij vertoont zelfbepalend gedrag en heeft moeite met het vragen om hulp. De ouders hebben ingestemd met het verzoek van de Raad, en de kinderrechter heeft geconcludeerd dat de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig bedreigd wordt. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk geacht om [minderjarige] te beschermen en hem te helpen bij zijn ontwikkeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/695266 / JE RK 25-2035
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling en verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbeschermingte Den Haag,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. C.R.D. Kommer te Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt
- het verzoekschrift met het op 26 november 2025 gedateerde rapport van de Raad, ontvangen op 27 november 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder en haar advocaat;
- [naam 1], namens de Raad;
- [naam 2], namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening over het verzoek gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. [minderjarige] heeft tijdens dit gesprek een door hem opgesteld dossier aan de kinderrechter overhandigd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld en geschreven.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder, die uit elkaar zijn, zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] verblijft op een accommodatie van [zorginstantie].

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen tot aan zijn meerderjarigheid, zijnde tot [datum] 2026. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.
3.2.
[minderjarige] is een zeventienjarige jongen met een belast verleden. Hij heeft verscheidene gebeurtenissen meegemaakt die voor hem traumatisch zijn geweest. De ouders hebben in een langdurige vechtscheiding gezeten, waar [minderjarige] ernstig door is belast. Op de belangrijke personen in zijn leven heeft hij op cruciale momenten in zijn leven onvoldoende kunnen bouwen. [minderjarige] laat als een resultaat hiervan zeer zelfbepalend gedrag zien en heeft het gevoel dat hij alles zelf moet doen. [minderjarige] is gediagnostiseerd met een reactieve hechtingsstoornis en heeft een laag zelfbeeld. Het lukt hem onvoldoende om om hulp te vragen. Ook maakt [minderjarige] door zijn zelfbepalende gedrag en persoonlijke problematiek zeer zorgwekkende en ondoordachte keuzes, die een gevaar kunnen vormen voor hem en zijn toekomst. Hij is zeer beïnvloedbaar. Er is in het vrijwillig kader veel hulpverlening ingezet, maar dit heeft niet tot een duurzame verbetering van de situatie van [minderjarige] geleid. Op dit moment heeft [minderjarige] onvoldoende intrinsieke motivatie om verdere hulpverlening of behandeling ter verbetering van zijn situatie aan te gaan. [minderjarige] woont sinds 17 juni 2025 niet meer bij zijn moeder, nadat de situatie tussen hen is geëscaleerd. Een thuisplaatsing is voor hen beiden niet meer mogelijk. [minderjarige] heeft lange tijd geen contact met zijn vader gehad, maar zij hebben op dit moment wel, zij het nog beperkt, positief contact. Een plaatsing bij de vader is echter niet mogelijk. [minderjarige] verblijft op dit moment op een accommodatie van [zorginstantie], waar hij in de komende periode kan blijven. De Raad maakt zich zorgen over de toekomst van [minderjarige], daar hij ondanks zijn eigen overtuiging over zijn zelfstandigheid, weinig zelfredzaam is. Er is sprake van grenzeloos gedrag en [minderjarige] ziet onvoldoende de gevaren van zijn keuzes in. Momenteel worden er ook weinig consequenties verbonden aan zijn handelen. De Raad ziet dat [minderjarige] de accommodatie waar hij op dit moment verblijft, puur als onderdak gebruikt, maar de hulpverlening daar niet aangrijpt. [minderjarige] geeft zelf aan hulpverleningsmoe te zijn. Het ontbreekt aan één gezamenlijk plan en de betrokken instanties werken langs elkaar heen. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is noodzakelijk, zodat met alle betrokkenen een plan kan worden opgesteld om [minderjarige] op een gedegen wijze voor te bereiden op zijn meerderjarigheid. Hiernaast is het van belang dat [minderjarige] op de accommodatie waar hij nu verblijft, kan blijven en het is belangrijk dat hij zelf, effectief, van de aangeboden hulpverlening gaat profiteren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. De moeder maakt zich grote zorgen over [minderjarige]. [minderjarige] vertoont zeer zelfbepalend gedrag, maakt keuzes die een groot effect zouden kunnen hebben op zijn toekomst en hij is (mogelijk) betrokken (geweest) bij criminele activiteiten. [minderjarige] houdt zich niet aan afspraken en accepteert geen hulpverlening. In de accommodatie van de jeugdhulpaanbieder wordt hij onvoldoende begeleid en begrensd en deze plek is daarom niet passend voor hem.
4.2.
De vader heeft ook ingestemd met het verzoek. De vader heeft op dit moment goed contact met [minderjarige], maar heeft wel onvoldoende zicht op hem en zijn situatie om hem te kunnen begeleiden. Het is goed als [minderjarige] hier méér hulp bij krijgt. De plek waar hij nu verblijft, is mogelijk niet het meest passend.
4.3.
De gecertificeerde instelling heeft te kennen gegeven zich achter het verzoek van de Raad te scharen. Er kan naar alle waarschijnlijkheid al vanaf half januari 2026 een vaste jeugdbeschermer betrokken raken bij [minderjarige]. Het is belangrijk dat een jeugdbeschermer naast hem gaat staan en hem gaat helpen met het maken van een gedegen overgang naar zijn meerderjarigheid. De plek waar [minderjarige] nu verblijft, is, gelet op de omstandigheden en het gebrek aan beschikbaarheid van alternatieve mogelijkheden, op dit moment de meest passende plek voor hem.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft een belast verleden. Hij heeft veel meegemaakt en nare ervaringen gehad die voor hem traumatisch zijn geweest. Hiernaast heeft hij lange tijd op cruciale momenten de nabijheid van de belangrijke personen in zijn leven gemist. De voor hem noodzakelijke zorg, bescherming en beschikbaarheid hebben vaak ontbroken en er is hierdoor onvoldoende aangesloten op zijn behoeftes. Dit heeft ertoe geleid dat [minderjarige] is gaan denken dat hij zelf voor alles moet zorgen en zelf een oplossing voor alles moet bedenken. Mede als gevolg hiervan, is [minderjarige] zeer zelfbepalend gedrag gaan vertonen. Hiernaast is [minderjarige] ook zeer beïnvloedbaar, hij ziet onvoldoende de gevaren en consequenties van zijn acties in en hij heeft zeer zorgwekkende keuzes gemaakt. De belangrijke personen in het leven van [minderjarige] die nu nabijheid (proberen te) zoeken, in het bijzonder zijn moeder, laat [minderjarige] niet meer of slechts beperkt in zijn leven toe. [minderjarige] trekt zijn eigen plan en bij contact met met name zijn moeder, zijn er conflicten en is er strijd. Er is in het leven van [minderjarige] geprobeerd uiteenlopende vormen van hulpverlening in te zetten, maar deze kwamen onvoldoende van de grond of hebben niet geleid tot een structureel resultaat. Betrokken instanties hebben hiernaast veelal langs elkaar heen gewerkt en er was niet één, samenhangend, plan voor [minderjarige]. [minderjarige] is nu hulpverleningsmoe, wat hij zelf ook tijdens zijn gesprek met de kinderrechter heeft benadrukt, en accepteert momenteel geen hulpverlening. Het is in zijn belang dat er een jeugdbeschermer betrokken raakt die [minderjarige] kan helpen met de voorbereiding en de ontwikkeling naar en na zijn achttiende levensjaar. Iedereen gunt [minderjarige] een gezonde ontwikkeling met succeservaringen. Het is noodzakelijk dat nu wordt ingegrepen, zodat voorkomen kan worden dat [minderjarige] nog verder afglijdt en (meer) keuzes maakt die schadelijk zijn voor zijn toekomst. De kinderrechter spreekt daarnaast de hoop uit dat het contact tussen [minderjarige] en zijn moeder weer hersteld kan worden en het contact met zijn vader verder kan worden uitgebouwd.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht tot aan zijn meerderjarigheid, zijnde tot [datum] 2026.
5.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
5.5.
Zowel [minderjarige] als zijn moeder hebben aangegeven dat het voor [minderjarige] op dit moment niet meer mogelijk is om bij zijn moeder thuis te wonen. Wat nu het meest nodig is voor [minderjarige], is dat hij kan stabiliseren. [minderjarige] moet leren dat er consequenties zijn verbonden aan zijn acties, hij moet hulp op dat gebied accepteren en daarvan ook actief profiteren. Hoewel de kinderrechter de wens van de vader en de moeder begrijpt voor een verblijf met méér begeleiding en sturing, is de plek waar [minderjarige] nu verblijft, gelet op wat de gecertificeerde instelling daarover naar voren heeft gebracht, het meest passend. Het is daarom noodzakelijk dat hij hier kan blijven tot zijn meerderjarigheid.
5.6.
De kinderrechter verleent daarom een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.
5.7.
Deze laatste beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.9.
De kinderrechter heeft [minderjarige] een brief geschreven en aan hem laten versturen. Deze brief luidt als volgt:
Beste [minderjarige],
Op 18 december 2025 hebben wij elkaar gesproken over het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om jou onder toezicht stellen en een machtiging te verlenen om jou uit huis te plaatsen, dit alles tot jij meerderjarig bent. Ik herinner mij het gesprek dat wij hadden, nog goed. Wij hebben lang met elkaar gepraat en jij hebt mij een dossier overhandigd dat jij zelf had gemaakt en waar jij heel lang mee bezig bent geweest. Ik vond het indrukwekkend hoe jij jouw verhaal kon vertellen en jouw wensen kon overbrengen.
Op de zitting van 19 december 2025 heb ik gesproken met jouw ouders, een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming en een medewerker van de jeugdbescherming. Zoals wij hadden afgesproken, heb ik op de zitting samengevat wat jij mij hebt verteld en ik heb passages uit jouw dossier voorgelezen. Zoals ik ook met jou besproken heb, zou ik jou na de zitting een brief sturen, waarin ik opschrijf wat ik heb besloten en waarom. Daarom krijg jij nu deze brief van mij. De tekst van deze brief komt ook in de beschikking met daarin mijn beslissing te staan. Ik heb besloten het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming toe te wijzen, iets wat jij mij hebt gevraagd ook te doen.
Ik heb dit besloten omdat ik denk dat dit voor nu beter voor jou is. Jij hebt in jouw leven veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en de mensen die voor jou belangrijk zijn, waren er niet altijd voor jou. Dat doet iets met een mens. Het heeft er bij jou in ieder geval toe geleid dat jij denkt dat jij alles zelf moet doen en oplossen en daarbij zijn er wel dingen gebeurd die niet hadden moeten gebeuren. Ik ben blij dat je al enige tijd op een plek zit waar jij rust en stabiliteit ervaart. Dit verdien je.
De komende tijd is het belangrijk dat jij op de plek waar jij nu zit, blijft. Ik snap dat jij het, met alles wat jij hebt meegemaakt en alle hulpverleners die jij in jouw leven al hebt gezien, moeilijk vindt om weer en méér hulpverlening te aanvaarden. Ik hoop dat jij, met de begeleiding die voor jou klaarstaat, toch weer hulp wilt accepteren en succeservaringen kunt opdoen.
Jouw ouders hebben mij op de zitting verteld ook achter het verzoek te staan en jouw wens te begrijpen. Daarmee stellen jouw ouders jouw belang op de eerste plaats en dat is heel knap van hen. Het contact met jouw moeder is momenteel niet fijn, zo heb ik begrepen. Het is belangrijk dat onderzocht wordt hoe dit kan worden verbeterd. Met jouw vader heb jij sinds kort, zo vertelde jij mij, weer beperkt, maar wel fijn, contact. Hopelijk kan dit contact worden uitgebreid. Weet dat jouw ouders veel van jou houden, zij erg begaan zijn met jou en er graag voor jou willen zijn, ook als jij het moeilijk hebt. Hopelijk komt er snel een plek voor jou in het zicht die nog beter aansluit bij wat nodig is en bij jouw wensen.
[minderjarige], ik ben ervan overtuigd dat jij sterk, slim en moedig genoeg bent om het pad naar meerderjarigheid op een positieve manier te bewandelen en dit hierna voort te zetten. Ik hoop dat jij alle hulp die je kan krijgen, daarvoor gebruikt. Na alles wat er is gebeurd, heb je wel recht op wat extra hulp. Ik wens je alle goeds.
Met vriendelijke groet,de kinderrechter

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 19 december 2025 tot [datum] 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 19 december 2025 tot [datum] 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 door
mr. J.E. Bierling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 7 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.