Verzoekster, geboren in 1999 in het buitenland en van Palestijnse afkomst, heeft een verblijfsvergunning in Nederland en verzoekt de rechtbank om haar staatloosheid vast te stellen. De rechtbank baseert zich op de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid van 2023.
De rechtbank betrekt de relevante landen Syrië en de Palestijnse Gebieden in haar beoordeling. Uit de overgelegde en door de IND geverifieerde documenten blijkt dat verzoekster Palestijnse roots heeft en in Syrië heeft gewoond. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen in Nederland als staatloos worden beschouwd. Daarnaast is het op grond van de Syrische nationaliteitswetgeving niet aannemelijk dat verzoekster de Syrische nationaliteit bezit.
De rechtbank concludeert dat verzoekster niet door enige staat als onderdaan wordt beschouwd en stelt daarom haar staatloosheid vast. De beschikking is zonder mondelinge behandeling gegeven, met instemming van partijen.