ECLI:NL:RBDHA:2025:26252

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 januari 2026
Zaaknummer
C/09/674588 / FA RK 24-7627
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling minderjarigen na echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde verzoeken van ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van twee minderjarige kinderen na hun echtscheiding. Voor [minderjarige 2] werd vastgesteld dat hij al meer dan een jaar volledig bij de vader verblijft en dat dit in zijn belang is, waarna de rechtbank de hoofdverblijfplaats bij de vader vaststelde en het verzoek van de moeder voor een zorgregeling afwees vanwege het ontbreken van contact en de wens van het kind.

Voor [minderjarige 1] geldt een voorlopige zorgregeling waarbij het kind wekelijks op maandagmiddag bij de moeder verblijft. De rechtbank benadrukte het belang van een hulpverleningstraject (parallel solo ouderschap) om de gespannen situatie tussen ouders te verbeteren en de omgang met de moeder geleidelijk te laten verlopen. De rechtbank verwacht volledige medewerking van beide ouders aan dit traject en aan de ondertoezichtstelling.

De beslissing over de definitieve hoofdverblijfplaats en zorgregeling van [minderjarige 1] werd aangehouden tot 1 maart 2026 om de voortgang van het hulpverleningstraject af te wachten. De rechtbank wees ook op het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen en verbood de moeder om belastende communicatie naar de kinderen te sturen.

De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat de omgang met [minderjarige 1] begeleid wordt door een medewerker van de zorginstantie of, bij afwezigheid daarvan, plaatsvindt op een neutrale locatie. De procedurekosten werden aangehouden in afwachting van de definitieve beslissingen.

Uitkomst: Hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij vader vastgesteld, zorgregeling met moeder afgewezen; voorlopige zorgregeling voor [minderjarige 1] bij moeder vastgesteld, definitieve beslissingen aangehouden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 24-7627 en FA RK 25-4928
Zaaknummers: C/09/674588 en C/09/687747
Datum beschikking: 10 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Stam in 's-Hertogenbosch.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A.M. Jorna in Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 23 april 2025 van deze rechtbank is in de zaak met nummer C/09/674588:
  • de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
  • bepaald dat het aangehechte echtscheidingsconvenant deel uitmaakt van de beschikking;
  • de behandeling met betrekking tot het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de verzochte proceskostenveroordeling aan tot 1 augustus 2025 pro forma, opdat partijen zich alsdan nader kunnen uitlaten, zoals in het lichaam overwogen.
Bij beschikking van 24 september 2025 van deze rechtbank is in de zaak met nummer C/09/687747:
  • bepaald dat [minderjarige 1]
  • het verzochte over de zorgregeling voor [minderjarige 2] en de Gezinsadvocaat afgewezen;
  • iedere verdere beslissing over de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige 1] en de proceskosten aangehouden tot de zitting van 19 november 2025 om 10.30 uur om samen met de zaak met nummer C/09/674588 te worden behandeld.
Bij proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 22 oktober 2025 is in de zaak met nummer C/09/687747 – met wijziging in zoverre van de beschikking van 24 september 2025 van deze rechtbank –:
- bepaald dat [minderjarige 1] voorlopig bij de moeder zal zijn: voor het eerst op dinsdag 28 oktober 2025 en hierna telkens wekelijks op maandag van 15.00 uur tot 18.00 uur, waarbij geldt:
  • als mevrouw [naam 1] van [zorginstantie] aanwezig is als [minderjarige 1] uit school komt, zal zij samen met de moeder en [minderjarige 1] vanuit school naar de woning van de moeder gaan, waar mevrouw [naam 1] de omgang zal begeleiden;
  • als mevrouw [naam 1] niet aanwezig is als [minderjarige 1] uit school komt, dan zal het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] plaatsvinden in de ‘[naam winkelcentrum]’;
  • de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
  • het meer of anders verzochte afgewezen.

Zaak met nummer C/09/687747

De rechtbank constateert dat in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/687747 en FA RK 25-4928 door de mondelinge uitspraak van 22 oktober 2025 niks meer te beslissen valt. Tijdens de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025 heeft de moeder namelijk haar verzoeken gewijzigd en heeft de vader zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank beschouwt alle andere verzoeken in die procedure daarmee als ingetrokken.

Zaak met nummer C/09/674588

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het verweer op de zelfstandige verzoeken van de moeder, met aanvullend subsidiair verzoek en met bijlagen, namens de vader, ingekomen op 1 augustus 2025;
  • de brief van 27 augustus 2025, met gewijzigd verzoek en met bijlagen, namens de moeder;
  • de brief van 31 oktober 2025 namens de moeder;
  • de brief van 14 november 2025, met bijlagen, namens de moeder;
  • de brief van 17 november 2025, met gewijzigd verzoek en met bijlagen, namens de vader;
  • de brief van 18 november 2025 namens de moeder.
Op 19 november 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet en zijn zowel het onderhavige verzoek als het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] (zaak- en rekestnummer C/09/693877 / JE RK 25-1855)
gecombineerd behandeld. Op het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt bij afzonderlijke beschikking van
10 december 2025 beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad);
  • F. [naam 1] namens [zorginstantie] .
Van de zijde van de moeder zijn pleitnotities en twee bijlagen overgelegd.

Openstaande verzoeken

Aan de rechtbank liggen nu nog voor:
de verzoeken van de vader – na wijziging – om:
- te bepalen dat [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ) en [minderjarige 1] hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben;
subsidiair: de Raad advies over de het hoofdverblijf te laten uitbrengen;
- een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige 1] de komende zes maanden van maandagmiddag uit school tot 18.00 uur bij de moeder is,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad,
en
de zelfstandige verzoeken van de moeder – na wijziging – om:
primair:
een zorgverdeling vast te stellen waarbij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] om de week een aaneengesloten week van vrijdag uit school tot vrijdag naar school bij de moeder zijn en waarbij (naar de rechtbank begrijpt) zij in de vakanties bij de moeder zijn:
  • in de even jaren: de eerste drie weken van de zomervakantie, de herfstvakantie, de tweede week van de kerstvakantie en de tweede week van de meivakantie;
  • in de oneven jaren: de tweede drie weken van de zomervakantie, de eerste week van de kerstvakantie, de voorjaarsvakantie en de eerste week van de meivakantie,
waarbij de vakanties ingaan op vrijdagmiddag uit school en duren tot maandag naar school;
subsidiair:
  • te bepalen dat [minderjarige 2] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader en [minderjarige 1] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft;
  • een zorgregeling vast te stellen, zo nodig nadat de rechtbank daartoe het advies van de Raad heeft ingewonnen, die de rechtbank juist acht,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij de genoemde beschikking van 23 april 2025 is overwogen en beslist.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling [minderjarige 2]
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. [minderjarige 2] verblijft al meer dan een jaar volledig bij de vader. De ouders zijn het erover eens dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader wordt vastgesteld. De rechtbank zal dat ook vaststellen, omdat dit overeenkomt met de feitelijke situatie en in het belang van [minderjarige 2] is.
Met betrekking tot het verzoek van de moeder voor vaststelling van een zorgregeling met [minderjarige 2] overweegt de rechtbank als volgt. Er is al meer dan een jaar geen contact tussen [minderjarige 2] en de moeder geweest, behalve een enkele keer telefonisch contact. In een gesprek met de kinderrechter (in het kader van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling) heeft [minderjarige 2] duidelijk aangegeven dat hij ook geen contact met de moeder wil hebben. Gelet op zijn leeftijd acht de rechtbank het van belang om rekening te houden met de wens van [minderjarige 2] . Daarbij is de rechtbank ook van mening dat het vaststellen van een zorgregeling met de moeder, gelet op de weerstand van [minderjarige 2] , op dit moment alleen maar averechts zou werken. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder hiertoe afwijzen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling [minderjarige 1]
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De voorlopige zorgregeling, die is vastgesteld bij mondelinge uitspraak van 22 oktober 2025, geldt pas kort. Er heeft nog maar drie keer omgang plaatsgevonden tussen de moeder en [minderjarige 1] . De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige 1] om in deze procedure bij wijze van voorlopige zorgregeling dezelfde regeling vast te stellen.
Op de zitting heeft de rechtbank met de ouders besproken dat de route voor de komende tijd als volgt zal zijn. In het kader van de ondertoezichtstelling – die ten aanzien van [minderjarige 1] met één jaar is verlengd – gaan de ouders starten met een traject parallel solo ouderschap (PSO). De rechtbank overweegt dat dit hulpverleningstraject de grootste prioriteit heeft. Het lukt de ouders namelijk niet om uit de huidige vervelende situatie van onderlinge strijd te komen, waar met name [minderjarige 1] slachtoffer van is. De rechtbank ziet bij beide ouders goede intenties, maar ook onmacht om verder te komen.
Op de zitting is ook met de ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling gesproken over wie de regie zal hebben over het gezin en de omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] . Gebleken is dat het PSO-traject zowel een traject voor de ouders zal inhouden, als een traject voor [minderjarige 1] . Beide trajecten gaan gelijktijdig van start en lopen parallel aan elkaar. De rechtbank acht het van belang dat informatie uit het PSO-traject bij de gecertificeerde instelling terecht komt, zodat de gecertificeerde instelling daadkrachtig de regie kan nemen bij de omgang tussen de moeder en [minderjarige 1] en indien nodig een aanpassing kan bepalen.
Ondanks zijn drukke (werk)agenda moet de vader het PSO-traject de hoogste voorrang geven en daar volledig aan meewerken. De rechtbank realiseert zich verder dat het – gelet op zijn ervaringen met de gecertificeerde instelling – niet makkelijk zal zijn voor de vader maar van hem wordt ook volledige medewerking aan de ondertoezichtstelling verwacht. De moeder moet op haar beurt, hoe moeilijk dat ook voor haar zal zijn, geduldig zijn voordat de omgang met [minderjarige 1] eventueel kan worden uitgebreid. Van de moeder wordt verder verwacht dat zij stopt met het aanhoudend bellen en belastende berichten sturen naar [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . Daarbij acht de rechtbank het zeer belangrijk dat de moeder zich niet wispelturig naar [minderjarige 1] uitlaat over het contact met hem. Zo is het voor [minderjarige 1] zeer belastend en verwarrend geweest dat de zij één dag na de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025 [minderjarige 1] heeft gebeld en telefonisch afscheid van hem heeft genomen, alsof zij elkaar niet meer zouden zien.
Verdere voortgang procedure
De rechtbank overweegt dat het op dit moment twee voor twaalf is om onbelast contact tussen [minderjarige 1] en de moeder te kunnen bewerkstelligen. Als dat nu fout gaat, dan bestaat de kans dat het niet meer lukt of dat de rechtbank ingrijpendere beslissingen moet nemen. Gelet op deze precaire situatie ziet de rechtbank aanleiding om vinger aan de pols te houden. De rechtbank zal daarom de beslissing over de definitieve zorgregeling voor [minderjarige 1] met drie maanden aanhouden. Gelet hierop zal de rechtbank ook de beslissing over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] aanhouden.
Proceskosten
Nu de rechtbank de beslissing ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling voor [minderjarige 1] zal aanhouden, zal de rechtbank ook de beslissing over de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/687747 / FA RK 25-4928:
*
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt;
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/674588 / FA RK 24-7627:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] , de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
wijst af het verzoek van de moeder voor vaststelling van een zorgregeling met [minderjarige 2] ;
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] voorlopig bij de moeder zal zijn wekelijks op maandag van 15.00 uur tot 18.00 uur, waarbij geldt:
  • als mevrouw [naam 1] van [zorginstantie] aanwezig is als [minderjarige 1] uit school komt, zij samen met de moeder en [minderjarige 1] vanuit school naar de woning van de moeder zal gaan, waar mevrouw [naam 1] de omgang zal begeleiden;
  • als mevrouw [naam 1] niet aanwezig is als [minderjarige 1] uit school komt, dan zal het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] plaatsvinden in de ‘[naam winkelcentrum]’;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing over
de hoofdverblijfplaats, de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige 1] en de proceskostenaan tot
1 maart 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 december 2025.