ECLI:NL:RBDHA:2025:26273

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695237 / FA RK 25-8950
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een aansluitende zorgmachtiging voor verplichte zorg op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake de aanvraag voor een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1966, die momenteel verblijft in een GGZ-accommodatie. De officier van justitie had op 27 november 2025 een verzoek ingediend voor een zorgmachtiging van 24 maanden, maar de rechtbank heeft deze aanvraag beoordeeld en uiteindelijk een zorgmachtiging verleend voor de duur van 12 maanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis, wat leidt tot ernstig nadeel voor zowel betrokkene als zijn omgeving. Tijdens de mondelinge behandeling op 10 december 2025 zijn zowel de betrokkene als zijn advocaat gehoord. De advocaat pleitte voor een zorgmachtiging van één jaar in plaats van de verzochte twee jaar, om de situatie van betrokkene beter te kunnen monitoren. De arts heeft aangegeven dat een verlenging van de zorgmachtiging noodzakelijk is, gezien het gebrek aan ziekte-inzicht bij betrokkene en het risico op psychotische decompensatie. De rechtbank heeft de noodzaak van verplichte zorg onderbouwd met eerdere incidenten en het ontbreken van passende zorg op vrijwillige basis. Uiteindelijk heeft de rechtbank de zorgmachtiging verleend tot en met 10 december 2026, met de mogelijkheid om de situatie van betrokkene jaarlijks te herbeoordelen. De beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695237 / FA RK 25-8950
Datum beschikking: 10 december 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie GGZ [accommodatie] , te [plaats] ,
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 25 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 21 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 26 november 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een brief van de officier van justitie van 30 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, de heer [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat het zowel goed gaat als niet goed gaat. Hij ontkent dat hij op een geheime missie is en geeft aan dat hij naar huis wil. De advocaat pleit primair om de zorgmachtiging toe te wijzen voor de duur van één jaar in plaats van de verzochte twee jaren. Hierdoor kan de vinger aan de pols worden gehouden en kan betrokkene de benodigde behandeling blijven ontvangen. De advocaat geeft aan dat betrokkene geen bezwaar heeft om langer te blijven, met als uitgangspunt dat hij of hier verblijft of thuis woont. Subsidiair pleit de advocaat voor afwijzing van de vormen van verplichte zorg
‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’,
‘onderzoek aan kleding of lichaam’en
‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’. Deze vormen van verplichte zorg zijn de afgelopen jaren niet ingezet en daarom niet voorzienbaar.
De arts heeft aangeven dat een verlening van de zorgmachtiging noodzakelijk is, aangezien betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en denkt dat hij op een geheime missie is. Door de medicatie gaat het goed met betrokkene. Het plan is om de psychiatrische klachten te stabiliseren. Betrokkene kan onder toezicht in deze instelling blijven. Jaarlijks vindt een algemene beoordeling plaats, met dagelijkse afstemming met de zorg. De verplichte vormen van zorg
‘onderzoek aan kleding of lichaam’en
‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’zijn voor betrokkene nodig. In het verleden heeft hij iemand met een mes bedreigd, daarom is controle op gevaarlijke voorwerpen noodzakelijk. Bovendien is onderzoek van de woon- of verblijfsruimte en onderzoek aan kleding of lichaam ook onderdeel van de huisregels.

Beoordeling

Op 8 januari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 8 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizo-affectieve stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Door het ontbreken van ziektebesef en het weigeren van medicatie is er een aanzienlijk risico op psychotische decompensatie. Tijdens dergelijke ontregelingen heeft betrokkene in het verleden gedrag vertoond dat leidt tot gevaar voor anderen, waaronder bedreigingen met voorwerpen en escalaties richting omstanders en hulpverleners. Daarnaast bestaat gevaar voor betrokkene zelf, zoals maatschappelijke teloorgang, verwaarlozing en verlies van zelfredzaamheid. Voorts vertoont betrokkene persistente wanen, waaronder gruwelijke en verontrustende verhalen over geweld. Ook heeft hij in het verleden dreigend gedrag naar zorgverleners vertoond, wat de veiligheid van anderen in gevaar brengt.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat betrokkene geen ziektebesef heeft en naar huis wil. Hij erkent zijn psychische aandoening niet, ziet de gevaren van zijn gedrag niet en verzet zich tegen verdere psychiatrische zorg. Eerdere medicatieontrouw heeft geleid tot decompensatie, waardoor zijn situatie voor zichzelf en anderen gevaarlijk kan worden. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in de afgelopen jaren noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. De verplichte vormen van zorg die zien op onderzoek aan kleding of lichaam dan wel van de woon- of verblijfsruimte worden verleend indien daarvoor een aanleiding is vanuit betrokkene zelf. Dit staat los van eventuele huisregels, die voor iedereen gelden. De onderbouwing van de arts ter zitting biedt bovendien onvoldoende grond om het opleggen van deze vormen van zorg te rechtvaardigen. De door de arts genoemde bedreiging met een mes heeft plaatsgevonden bij een eerste opname van betrokkene en in de jaren daarna hebben zich geen incidenten met gevaarlijke voorwerpen meer voorgedaan. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is
verzocht. Gelet op wat ter de zitting is besproken, acht de rechtbank een termijn van
24 maanden, zoals door de arts verzocht, niet passend. Een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden is passend, aangezien dit de mogelijkheid geeft om na een jaar te beoordelen hoe betrokkene ervoor staat en of een zorgmachtiging nog noodzakelijk is. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de duur van twaalf maanden.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 december 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.