ECLI:NL:RBDHA:2025:26274

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 januari 2026
Zaaknummer
C/09/695013 / FA RK 25-8828
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eerste zorgmachtiging van zes maanden in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende een zorgmachtiging voor een minderjarige betrokkene, geboren in 2007. De officier van justitie had op 24 november 2025 een verzoek ingediend voor het verlenen van een zorgmachtiging op basis van artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De betrokkene, die lijdt aan verschillende psychische stoornissen, waaronder een autismespectrumstoornis en een depressieve stoornis, was opgenomen in een zorginstelling na een periode van crisis. Tijdens de mondelinge behandeling op 10 december 2025 werd vastgesteld dat de betrokkene niet in staat was om zich te verweren en dat haar fysieke en psychische gezondheid ernstig in gevaar was. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk was om ernstig nadeel af te wenden, waaronder levensgevaar en ernstige lichamelijke verwaarlozing. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor een periode van zes maanden, tot en met 10 juni 2026, en bepaalde dat verschillende vormen van verplichte zorg, zoals toediening van voeding en medicatie, konden worden toegepast. De beschikking werd gegeven door rechter H.D. Overbeek, bijgestaan door griffier L. Batenburg, en is vastgesteld op 19 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/695013 / FA RK 25-8828
Datum beschikking: 10 december 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. R.G. van der Laan te Leiden.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 20 november 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 17 november 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 november 2025;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 31 oktober 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de afdelingsarts, mevrouw [naam 2];
- de psychiater, mevrouw [naam 3];
- de moeder van betrokkene, mevrouw [naam 4].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
De rechtbank heeft vastgesteld dat cliënt niet in staat was zich te doen horen. De rechter heeft getracht cliënt vragen te stellen, maar zij was niet in staat om hier op te reageren. De rechtbank heeft zodoende vastgesteld dat cliënt niet in staat was zich te doen horen en heeft de zitting, in aanwezigheid van cliënt, voortgezet.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat zij graag naar huis wil. De advocaat heeft verder vastgesteld dat aan de wettelijke vereisten is voldaan.
De afdelingsarts heeft naar voren gebracht dat betrokkene is opgenomen nadat zij is weglopen van de dagbehandeling, waarbij sprake was van veel spanning en suïcidale gedachten. Tijdens de opname lukte het betrokkene niet om voldoende te eten en te drinken, waardoor sondevoeding noodzakelijk was. Vrijwillige voedingsinname is meerdere keren geprobeerd, maar is niet voldoende gelukt. Om die reden is de afgelopen drie weken dwangsondevoeding gegeven. Recent is in overleg met de kinderarts opnieuw besloten om drie voedingsmomenten per dag aan te bieden, waarbij de voeding onder dwang wordt gegeven wanneer betrokkene dit niet zelfstandig inneemt. Daarnaast zijn de suïcidale gedachten toegenomen. Betrokkene heeft medicatie ingenomen met de intentie zichzelf te schaden en is opnieuw weggelopen waarna zij door de politie is teruggebracht. De opname en de mogelijkheid tot het toepassen van dwang zijn momenteel noodzakelijk om zowel de fysieke als psychische veiligheid van betrokkene te kunnen borgen.
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat de vorm van verplichte zorg ‘
onderzoek van kleding of lichaam’gisteren concreet is toegepast omdat het vermoeden bestond dat betrokkene mesjes bij zich had waarmee zij zichzelf kon verwonden. Ten tijde van de aanvraag van de zorgmachtiging werd de vorm van verplichte zorg ‘
onderzoek aan kleding of lichaam’ nog niet noodzakelijk geacht. Deze vorm van verplichte zorg blijkt nu wel noodzakelijk de eigen veiligheid van betrokkene te waarborgen. De psychiater verzoekt de rechtbank om deze vorm van verplichte zorg ambtshalve toe te wijzen.
De moeder van betrokkene geeft aan dat de spanning bij haar dochter momenteel zeer hoog is en zij zich grote zorgen maakt over haar welzijn. Zij vindt dat haar dochter, zolang zij dwangsondevoeding nodig heeft en last heeft van haar depressie en de hoge spanning, in de huidige accommodatie moet blijven. Pas wanneer deze problemen voldoende zijn gestabiliseerd, kan zij naar een andere accommodatie worden overgeplaatst.

Beoordeling

Op 3 november 2025 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 24 november 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een autismespectrumstoornis, ADHD, een depressieve stoornis en restrictieve eetproblematiek meest waarschijnlijk in het kader van de autismespectrumstoornis.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat betrokkene momenteel niet in staat is zelfstandig te eten en te drinken. Hierdoor ontstaat een acuut risico op ernstige lichamelijke verwaarlozing en overlijden wanneer zij geen sondevoeding krijgt. Betrokkene weigert regelmatig de sondevoeding, waardoor deze met dwang moet worden toegediend om levensbedreigende ondervoeding te voorkomen. Door deze voortdurende ondervoeding raken haar fysieke gezondheid en algemene conditie ernstig ontregeld, waardoor zij niet kan deelnemen aan de noodzakelijke dagbesteding en behandeling. Tevens heeft betrokkene ernstige suïcidale gedachten, wat zich uit in herhaalde suïcidepogingen. Daarbij heeft zij te veel medicatie ingenomen met de intentie zichzelf te schaden en is zij opnieuw weggelopen van de afdeling, waarna zij door de politie is teruggebracht. Ook heeft zij zich eerder op het treinspoor begeven, waarmee zij zichzelf in direct levensgevaar heeft gebracht.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornissen bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen de opname en geeft sinds de dag van binnenkomst aan naar huis te willen. Ter zitting is naar voren gebracht dat betrokkene recent van de afdeling is weggelopen en door de politie is teruggebracht. Daarnaast weigert zij zelfstandig te eten en accepteert zij geen vrijwillige sondevoeding. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- opnemen in een accommodatie.
Conform art. 6:4 lid 2 Wvggz is de rechtbank bevoegd om – afwijkend van het verzoek van de officier van justitie – vormen van verplichte zorg toe te voegen om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank is van oordeel dat de vorm van verplichte zorg
‘onderzoek aan kleding of lichaam’noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden, aangezien betrokkene recent onder toezicht is onderzocht vanwege een vermoeden dat zij mesjes bij zich droeg met de intentie om zichzelf te verwonden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.