De rechtbank Den Haag behandelde op 11 december 2025 een verzoek tot voorlopige voorziening in een complexe en zorgelijke familierechtelijke zaak tussen een gehuwd stel met minderjarige kinderen. De man verzocht om het exclusieve gebruik van de echtelijke woning en de toewijzing van de minderjarige kinderen aan hem, terwijl de vrouw eveneens aanspraak maakte op het exclusieve gebruik van de woning en de kinderen.
Er is sprake van langdurige spanningen en incidenten tussen de ouders, waaronder een politie-interventie op 21 november 2025, waarna de vrouw met twee minderjarige kinderen in een crisisopvang verbleef. De rechtbank besloot het exclusieve gebruik van de woning toe te wijzen aan de man, die daar verblijft met een minderjarige en twee jong-meerderjarige kinderen. De toevertrouwing van twee minderjarige kinderen werd aan de vrouw toegewezen.
De rechtbank wees het verzoek van de man af om de vrouw te bevelen de woning te verlaten met inbegrip van de inboedel, omdat de vrouw de woning reeds had verlaten en het exclusieve gebruik automatisch het gebruik van de inboedel omvat.
Gezien de complexe situatie en de scheiding van de kinderen, gelastte de rechtbank een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming met het oog op de bodemprocedure. De rechtbank benadrukte het belang van het opvolgen van adviezen van Veilig Thuis en andere hulpverleners om het contact tussen de kinderen en ouders te herstellen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de rechtbank stelde een procedure vast voor het vervolg na ontvangst van het raadsrapport en advies.