Eiseres, een Senegalese vrouw die vreesde voor gedwongen uithuwelijking en herbesnijdenis, diende op 19 november 2024 een asielaanvraag in. De minister wees deze aanvraag op 26 november 2024 af als kennelijk ongegrond, stellende dat Senegal een veilig land van herkomst is en dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, omdat eiseres niet adequaat werd voorbereid op het gehoor, in strijd met de Werkinstructie 2024/8 en de Procedurerichtlijn. Dit gebrek leidde ertoe dat eiseres niet durfde te verklaren over haar eerdere besnijdenis en de vrees voor herbesnijdenis.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat Senegal niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt in het individuele geval van eiseres, mede gelet op recente jurisprudentie en het USDOS rapport van 2023. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van eiseres beter in acht worden genomen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, en de rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 2.721,-. Er is mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.