ECLI:NL:RBDHA:2025:2631
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen nareisaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn nareisaanvraag. Op 5 december 2024 heeft de minister alsnog een inwilligend besluit genomen. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb de minister bij intrekking van het beroep, indien het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet is gekomen, kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Gezien het feit dat de minister alsnog heeft toegegeven, wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank bepaalt de vergoeding op € 453,50, gebaseerd op een vaste puntwaarde en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens moet de minister het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thepass op 9 januari 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.