ECLI:NL:RBDHA:2025:2634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging en toelaatbaarheid verwijdering EU-gemeenschapsonderdaan met minderjarige kinderen
Eiseres, een Kaapverdische gemeenschapsonderdaan, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie dat haar verblijfsrecht in Nederland intrekt en haar verwijdering naar Portugal gelast. Het besluit is gebaseerd op de constatering dat zij en haar minderjarige kinderen nooit rechtmatig verblijf hadden, mede vanwege het ontbreken van het middelenvereiste en fraude door haar ex-partner.
De rechtbank onderzoekt de belangenafweging die verweerder maakte in het kader van de toelaatbaarheid van verwijdering. Hoewel verweerder rekening hield met diverse factoren, waaronder het verblijfsrecht, de zorgbehoefte van de kinderen en het economische belang van Nederland, oordeelt de rechtbank dat de belangen van de kinderen onvoldoende zijn betrokken en gemotiveerd. Met name de specialistische zorg voor het kind met autisme en visuele beperking en het feit dat de kinderen in Nederland zijn geboren en geworteld, zijn onvoldoende meegewogen.
Verder is verweerder tekortgeschoten in het horen van eiseres en haar kinderen over de gewijzigde omstandigheden en de praktische gevolgen van verwijdering naar Portugal. Ook is onvoldoende onderbouwd of eiseres op de hoogte was van de fraude. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een nieuwe belangenafweging wordt gemaakt en eiseres en haar kinderen opnieuw worden gehoord.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiseres wordt een proceskostenvergoeding van € 2.721,- toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen na hernieuwde belangenafweging en hoorzitting.