De moeder verzocht op grond van artikel 1:253a BW vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen van 28 december 2025 tot en met 18 januari 2026 naar het buitenland op vakantie te gaan, omdat de vader zijn toestemming weigerde. De kinderen verblijven momenteel bij de vader en de ouders oefenen gezamenlijk gezag uit. De rechtbank hield rekening met het belang van de kinderen, die na een stressvol jaar behoefte hebben aan regelmaat en structuur, maar ook aan contact met familie in het buitenland.
De vader voerde verweer tegen de lange vakantieperiode en stelde dat de moeder niet goed alleen voor de kinderen kan zorgen. De rechtbank oordeelde dat de moeder ieder weekend de zorg draagt en dat de vader onvoldoende onderbouwde waarom zij tijdens de vakantie niet voor de kinderen zou kunnen zorgen. Om de structuur zoveel mogelijk te behouden, werd bepaald dat de kinderen minimaal twee keer per week via videobelcontact contact met de vader hebben.
De rechtbank beperkte de vakantie tot twee weken, van 28 december 2025 tot en met 11 januari 2026, en bepaalde dat de vader ervoor moet zorgen dat de jongste minderjarige iedere vrijdag om 14.00 uur op school aanwezig is voor overdracht aan de moeder. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.