ECLI:NL:RBDHA:2025:26354

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
C/09/662512 / FA RK 24-1629
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en ontzegging omgangsrecht vader

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag over het kind toe te wijzen, alsmede het verzoek om de vader het recht op omgang met het kind voor twee jaar te ontzeggen. De ouders zijn niet gehuwd en er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding, waarbij de moeder niet wil communiceren met de vader vanwege diens agressief en bedreigend gedrag in het verleden, ondanks een strafrechtelijke veroordeling.

De rechtbank constateerde dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezagsbeslissingen te nemen, wat niet in het belang van het kind is. Daarom werd het verzoek tot eenhoofdig gezag aan de moeder toegewezen. De omgangsregeling werd omgezet in een omgangsontzegging, omdat de vader niet heeft meegewerkt aan de voorgestelde omgangsbegeleiding via een professionele instantie, waardoor contactherstel niet mogelijk is.

Daarnaast verzocht de vader om directe informatieverstrekking over het kind, maar de rechtbank wees dit af om de rust te bewaren, en bepaalde dat de moeder de informatie via de advocaat van de vader blijft sturen. De beschikking wijzigt daarmee de eerdere beschikking van oktober 2023 en regelt het gezag, omgang en informatievoorziening in het belang van het kind.

Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag en de vader wordt het omgangsrecht ontzegd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-1629
Zaaknummer: C/09/662512
Datum beschikking: 12 december 2025

Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 6 maart 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Jagesar te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.H. van der Vleuten te Utrecht.

Procedure

Bij beschikking van 3 juli 2025 heeft deze rechtbank de ouders doorverwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie ( [instelling] ). In afwachting van het verloop daarvan heeft de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van [instelling] van 15 augustus 2025;
- het F9-formulier van 10 september 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 23 september 2025, met bijlagen, van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 12 november 2025, met bijlagen en aanvullend verzoek, van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 13 november 2025 van de advocaat van de vader.
Op 14 november 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader,
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader een brief voorgelezen. Na het voorlezen van deze brief heeft de vader de zittingszaal verlaten. Op 2 december 2025 heeft de rechtbank de brief ontvangen die de vader heeft voorgelezen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de rechtbank ligt nu nog het verzoek van de moeder voor om haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] en om de vader het recht op omgang te ontzeggen voor de duur van twee jaar. De vader heeft verweer gevoerd tegen deze verzoeken en heeft tevens zelfstandig verzocht de zorgregeling te wijzigen voor wat betreft het brengen en halen. Ook heeft de vader verzocht te bepalen dat de moeder de informatie die zij in het kader van de informatieregeling via de advocaat van de vader aan de vader verstrekt, voortaan rechtstreeks naar de vader te sturen. Ook deze verzoeken zal de rechtbank beoordelen.
Gezag
Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het is de rechtbank duidelijk geworden dat er sprake is van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders. De moeder stelt dat zij niet wil en kan communiceren met de vader als gevolg van het verleden tussen de ouders, waarin de vader zich (fysiek) agressief en bedreigend heeft gedragen. Ondanks een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling betwist de vader dit. Het is de rechtbank gebleken dat de ouders op dit moment niet in staat zijn om met elkaar te communiceren en dat bij de moeder ieder draagvlak ontbreekt om contact te onderhouden met de vader. Hierdoor zijn de ouders op dit moment niet in staat om gezamenlijk gezagsbeslissingen te nemen over [minderjarige] , wat niet in het belang van [minderjarige] is. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarom in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.
Omgangsregeling
De rechtbank zal in het vervolg spreken over de omgangsregeling in plaats van de zorgregeling, omdat de moeder nu alleen is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken blijkt het volgende. In het raadsrapport van 25 maart 2025 heeft de Raad aangegeven dat het, mede gelet op het verleden en de ASS-problematiek van [minderjarige] , noodzakelijk is om het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader onder begeleiding en observatie van een professionele partij te laten plaatsvinden. Dit advies is op de vorige zitting met de ouders besproken. De ouders hebben toen ingestemd met een verwijzing naar [instelling] voor omgangsbegeleiding. Vervolgens heeft [instelling] deze verwijzing in behandeling genomen en contact opgenomen met de ouders om de omgangsbegeleiding te laten starten. In augustus 2025 heeft [instelling] de rechtbank laten weten dat de omgangsbegeleiding niet is gestart omdat de vader de daarvoor benodigde vragenlijst niet (volledig) heeft ingevuld en heeft aangegeven niet beschikbaar te zijn op de dagen dat [instelling] omgangsbegeleiding kan bieden. [instelling] heeft nog contact opgenomen met een andere organisatie (Oog voor Thuis) om te bezien of daar wel passende mogelijkheden waren voor omgangsbegeleiding, maar dit was niet het geval. Dit heeft tot gevolg dat er nog altijd geen contactherstel heeft kunnen plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank vindt het verdrietig dat er al langere tijd geen contact is tussen [minderjarige] en de vader. Net als de Raad is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen en dat dit contactherstel enkel kan plaatsvinden onder begeleiding van een professional. Met de verwijzing naar [instelling] heeft de rechtbank de ouders de mogelijkheid geboden om door middel van begeleide omgangsmomenten te werken aan contactherstel tussen de vader en [minderjarige] . Het is de rechtbank gebleken dat de vader deze mogelijkheid niet heeft benut. Gelet op de houding van de vader acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de vader in de toekomst wel zal meewerken aan omgangsbegeleiding, terwijl het voor [minderjarige] van belang is dat er duidelijkheid komt over de omgang met de vader. In deze omstandigheden ziet de rechtbank geen mogelijkheid om de begeleide omgang verder te faciliteren. Dit leidt tot de verdrietige conclusie dat er op dit moment geen omgang mogelijk is tussen [minderjarige] en de vader. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder om de vader het recht op omgang met [minderjarige] te ontzeggen, toewijzen.
Informatie- en consultatieregeling
De vader heeft na de aanhouding van de zaak een aanvullend zelfstandig verzoek ingediend, waarin hij de rechtbank verzoekt te bepalen dat de moeder met ingang van de beschikkingsdatum op de 24e van iedere maand een mail met goed gelijkende kleurenfoto en informatie over de schoolprestaties, gezondheid en algemene ontwikkeling van [minderjarige] rechtstreeks naar de vader stuurt. Tot op heden heeft de moeder deze mails steeds naar de advocaat van de vader gestuurd, zoals is bepaald in het vonnis van de voorzieningenrechter van 21 maart 2024.
De moeder geeft aan dat de informatieregeling goed is verlopen en dat zij het belangrijk vindt om informatie over [minderjarige] met de vader te blijven delen, zodat de vader op die manier betrokken blijft bij [minderjarige] . Omdat de moeder vreest dat de vader de mails op onprettige wijze zal beantwoorden als zij deze rechtstreeks naar hem zal sturen, wenst zij de bestaande regeling in stand te houden.
Zoals de rechtbank ook bij de beoordeling van het verzoek om eenhoofdig gezag heeft overwogen, zijn de ouders niet in staat om goed met elkaar te communiceren en ontbreekt het de moeder aan draagvlak voor contact met de vader. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de rust zo veel mogelijk bewaard blijft en dat de informatieregeling niet wordt aangepast. De rechtbank zal het verzoek van de vader dan ook afwijzen, met dien verstande dat de moeder de maandelijkse informatiemails zal blijven versturen aan de advocaat van de vader.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 oktober 2023 – :
*
bepaalt dat de moeder voortaan alleen het gezag heeft over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] ;
*
ontzegt de vader het recht op omgang met [minderjarige] ;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 december 2025.