Uitspraak
Rechtbank den haag
- de man, vergezeld van mr. F.G.T. Meershoek, waarnemend kantoorgenoot van zijn advocaat;
- de vrouw, vergezeld van mr. J.G. Schnoor;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.De gronden van de beslissing
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2], hierna: [minderjarige 2].
- bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig elke week op een weekenddag bij de man zullen zijn van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man ze bij de vrouw ophaalt en ook weer terugbrengt;
- de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen.
- de vrouw te veroordelen tot nakoming van de voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen, zoals neergelegd in de tussenbeschikking van de rechtbank Den Haag van 28 augustus 2025;
- aan het gevorderde onder I. een dwangsom te verbinden van € 500,- voor elke dag dat de vrouw het te wijzen vonnis niet nakomt, met een maximum van € 25.000,-.
zondagvan 10.00 uur tot 18.00 uur bij de man zullen zijn, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt en ze ook weer terugbrengt, nu de voorzieningenrechter deze regeling momenteel het meest in het belang van de kinderen acht. De vrouw heeft zich hier ook niet tegen verzet.