ECLI:NL:RBDHA:2025:26383

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694033 / KG ZA 25-1080
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming voorlopige zorgregeling en informatieplicht bij gezamenlijk gezag na echtscheiding

Partijen zijn gehuwd sinds 2012 en oefenen gezamenlijk gezag uit over twee minderjarige kinderen. De moeder heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend en de rechtbank heeft op 14 oktober 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, waaronder een zorgregeling waarbij de vader de kinderen op woensdag en vrijdag bij zich mag hebben.

De moeder weigert deze zorgregeling na te komen en is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking. De vader vordert nakoming van de zorgregeling en een informatieregeling, terwijl de moeder in reconventie schorsing van de zorgregeling en medewerking tot verkoop van de gezamenlijke woning vordert.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de voorlopige zorgregeling onverkort nagekomen moet worden, ondanks het lopende hoger beroep, en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. Ook wordt een maandelijkse informatieregeling opgelegd met een dwangsom. De vorderingen van de moeder tot schorsing van de zorgregeling en verkoop van de woning worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de voorlopige zorgregeling en informatieregeling met dwangsommen, terwijl haar vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/694033 / KG ZA 25-1080
Vonnis in kort geding van 2 december 2025
in de zaak van
[de vader]te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. W.N. Sardjoe te Den Haag,
tegen:
[de moeder]te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.F. Van Galen te Alphen aan den Rijn.
Partijen worden in het navolgende respectievelijk de vader en de moeder genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;
- de akte houdende een eis in reconventie;
- de door de moeder op 14 november 2025 overgelegde brief met nadere productie;
- de door de moeder op 17 november 2025 overgelegde brief met nadere productie;
- de door de moeder op 18 november 2025 overgelegde nadere producties;
- de op 18 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, waarbij de vader bijgestaan door zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming zijn verschenen. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De kinderen zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken, maar zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Partijen zijn op [dag] 2012 te [plaats 1] met elkaar gehuwd. De moeder heeft een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/685620 FA RK 25-3820 in behandeling is.
2.2.
Partijen zijn de ouders van de minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] .
2.3.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
2.4.
Deze rechtbank heeft op 14 oktober 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
- dat de man voorlopig gerecht is om de kinderen vanaf 29 oktober 2025 bij zich te hebben: iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten.
2.5.
De moeder is van voormelde beschikking in hoger beroep gegaan. Die procedure loopt nog.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De vader vordert – zakelijk weergegeven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de moeder te veroordelen om over te gaan tot nakoming van de door de rechtbank bij beschikking van 14 oktober 2025 vastgestelde (voorlopige) zorg- en opvoedingsregeling,
  • op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de vrouw in gebreke blijft om aan het in dezen te wijzen vonnis te voldoen;
  • met machtiging, zo nodig, tot tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm;
  • en op straffe van lijfsdwang;
2. de moeder te veroordelen om in het kader van de nakoming van de zorgregeling de kinderen op adequate wijze te voorzien van de benodigde spullen als ze naar de vader gaan, (zoals kleding, alles wat nodig is hun hobby’s en of sporten, gamen);
3. de moeder te veroordelen tot nakoming van een door de rechtbank vast te stellen voorlopige informatie- en consultatieregeling;
4. de moeder te veroordelen om over te gaan tot nakoming van haar wettelijke verplichting de vader te informeren over en te consulteren in belangrijke aangelegenheden die de opvoeding en ontwikkeling van de minderjarigen betreffen, met bepaling dat de moeder de vader zal betrekken in het onderling overleg dat voortvloeit uit het gezamenlijk ouderlijk gezag, met bepaling dat de moeder geen gezagsbeslissingen mag nemen zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de vader, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de moeder daarmee in gebreke blijft;
5. met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure.
3.2.
Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De vader moet constateren dat de moeder tot nu toe geen enkele medewerking heeft verleend aan de uitvoering van de voorlopige voorziening van 14 oktober 2025 van deze rechtbank. De vader ziet daardoor de kinderen in het geheel niet. De moeder werkt de beslissing van de rechtbank tegen, staat al langer geen contact tussen de vader en de kinderen toe, en het is niet de verwachting dat zij alsnog vrijwillig zal meewerken aan bovengenoemde beschikking, laat staan dat zij de intrinsieke motivatie heeft om de kinderen verbaal en non-verbaal te stimuleren voor de omgang en hen onbevangen te houden richting beide ouders. Partijen oefenen het gezamenlijk gezag uit, maar in de huidige situatie kan de vader zijn gezag en ouderschap door de opstelling van de moeder niet of althans in onvoldoende mate uitoefenen.
3.3.
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
in reconventie
3.4.
De moeder vordert – zakelijk weergegeven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de werking van de beschikking van 14 oktober 2025 van de Rechtbank Den Haag
(C/09/689317 FA RK 25-5756) voor zover het de voorlopige zorgregeling betreft te schorsen totdat het gerechtshof in de hoofdzaak de eindbeschikking heeft afgegeven;
2. de vader te veroordelen om na betekening van het in deze te wijzen vonnis, onvoorwaardelijk en onherroepelijk alle medewerking en inspanning te verlenen teneinde de woning staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats 2] aan het adres [adres] zo spoedig mogelijk onderhands te verkopen via Kompas Makelaars en Taxateurs te Leiden (lid NVM), alsmede aan die makelaar een opdracht tot dienstverlening tot verkoop te geven, bij gebreke waarvan het in deze te wijzen vonnis voor de medewerking/toestemming van de vader in de plaats treedt;
3. de vader te veroordelen om na betekening van het in deze te wijzen vonnis, na verkoop van de woning een onherroepelijke en onvoorwaardelijke volmacht ten behoeve van de notaris tot eigendomsoverdracht/goederenrechtelijke levering van de woning, af te geven/te verzorgen, bij gebreke waarvan het in deze te wijzen vonnis voor de medewerking/toestemming van de vader in de plaats treedt;
4. de vader te veroordelen om na betekening van het in deze te wijzen vonnis, alle verkoopadviezen van de te contracteren makelaar op eerste verzoek van de moeder of de te contracteren makelaar op te volgen/ uit te voeren, en alle medewerking/inspanning te verlenen aan de werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig, spoedig en efficiënt verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto's en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren, al het voorgaande op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat de vader na betekening van het in deze te wijzen vonnis, in gebreke blijft aan een of meer van de veroordelingen/verplichtingen te voldoen;
5. de vader te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De moeder kan zich niet verenigen met de beschikking van de rechtbank van 14 oktober 2025 voor zover het de voorlopige zorgregeling betreft. De moeder stelt dat zij op een rustige en zorgvuldige manier de kinderen heeft ingelicht over de beslissing van de rechtbank. Volgens de moeder hebben beide kinderen hier direct (heftig) emotioneel op gereageerd en gaven zij unaniem aan: "nee, ik ga niet". Volgens de moeder illustreert dit de angst en weerstand die bij de kinderen leeft ten aanzien van het contact met de vader. De moeder is dan ook van mening dat de door de rechtbank vastgelegde voorlopige zorgregeling in strijd is met de belangen van de kinderen.
Voorts vordert de moeder de verdeling van de woning gelegen in [plaats 2] aan het adres [adres] . Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van de woning. Omdat de moeder onhoudbare spanningen ervaart door samen met de vader mede-eigenaar van de woning te moeten blijven en zij graag financieel onafhankelijk van de vader wenst te zijn, wil de moeder de woning verkopen. Zodra de moeder zal beschikken over haar aandeel in de overwaarde, zal zij naar haar verwachting een vervangende woning kunnen kopen/huren en zal ieder van partijen, alsmede de kinderen, blijvend tot rust kunnen komen.
3.6.
De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

in conventie
Spoedeisendheid
4.1.
Deze zaak heeft een spoedeisend karakter nu er op dit moment, ondanks de beslissing van deze rechtbank van 14 oktober 2025, geen uitvoering wordt gegeven aan de voorlopige zorgregeling en er op dit moment geen enkel contact is tussen de vader en de kinderen. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van de vader en de moeder dan ook inhoudelijk behandelen.
Nakoming voorlopige zorgregeling
4.2.
Bij beschikking van 14 oktober 2025 heeft deze rechtbank voorlopige voorzieningen getroffen. Onder meer is beslist dat de vader vanaf 29 oktober 2025 de kinderen iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten bij zich zal hebben. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeder weigert de zorgregeling na te komen.
4.3.
Uit de stukken is het volgende gebleken. Omdat de moeder zich niet kan verenigen met de beschikking voor zover het de voorlopige zorgregeling betreft, heeft zij hoger beroep ingesteld en het gerechtshof verzocht de beschikking op dat punt te vernietigen. De moeder stelt zich op het standpunt dat de uitkomst van de hoger beroepsprocedure afgewacht moet worden voordat nakoming van de voorlopige zorgregeling überhaupt kan worden gevorderd. De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Het enkele feit dat er hoger beroep is ingesteld tegen de voorlopige zorgregeling doet niet af aan de verplichting tot nakoming van de gewezen beschikking.
4.4.
Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat de moeder niet aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde redenen zijn om de voorlopige zorgregeling niet na te komen. Uit niets blijkt dat er na de gewezen beschikking omstandigheden (significant) zijn gewijzigd waardoor uitvoering van de voorlopige zorgregeling niet langer in het belang van de kinderen zou zijn. Het enkele feit dat de moeder stelt dat de kinderen haar te kennen hebben gegeven niet naar de vader te willen is onvoldoende. Die stelling is immers in de procedure voorlopige voorzieningen ook al door de moeder ingenomen en meegewogen door de kinderrechter bij diens oordeel. Het is onder de gegeven omstandigheden aan de moeder om het contact tussen de vader en de kinderen te faciliteren en de kinderen duidelijk te maken dat zij de beschikking zal volgen en hen ook overigens positief te stimuleren en te ondersteunen in het contact met hun vader.
4.5.
De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de voorlopige zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 14 oktober 2025 onverkort nagekomen dient te worden. De voorzieningenrechter acht in dit geval oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming, aangewezen. Het is gebleken dat de moeder de voorlopige zorgregeling tot op heden weigert na te komen, waardoor te vrezen valt dat zij ook dit vonnis niet vrijwillig zal nakomen. De moeder lijkt zich immers totaal niet te willen inzetten voor omgang tussen de kinderen en de vader. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om aan de verplichting tot nakoming van de voorlopige zorgregeling van de beschikking van 14 oktober 2025 een dwangsom te verbinden van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat de moeder in gebreke blijft. De dwangsom zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,-.
4.6.
De voorzieningenrechter zal het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen om over te gaan tot nakoming van de door de rechtbank van 14 oktober 2025 vastgestelde (voorlopige) zorgregeling, zo nodig met behulp van de sterke arm, dan wel op straffe van lijfsdwang, afwijzen, omdat al een dwangsom wordt verbonden aan de veroordeling en deze andere dwangmiddelen te verstrekkend en niet in het belang van de kinderen worden geacht.
4.7.
Daarnaast heeft de vader gevorderd de moeder te veroordelen om, in het kader van de zorgregeling, de kinderen op adequate wijze te voorzien van de benodigde spullen als zij naar de vader gaan (zoals kleding, alles wat nodig is voor hun hobby’s en of sporten, gamen). De voorzieningenrechter zal dit verzoek afwijzen omdat het verzoek te onbepaald is. Niettemin gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de moeder de kinderen voldoende spullen meegeeft voor hun verblijf bij de vader.
Informatieregeling
4.8.
De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de informatieregeling als volgt. Nu de vader tezamen met de moeder is belast met het gezag geldt voor de door de vader verzochte informatieregeling artikel 1:253a BW. Hierin is bepaald dat de voorzieningenrechter een regeling kan treffen over de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de minderjarige wordt verschaft aan de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf niet hebben, in dit geval de vader.
4.9.
Op grond van de stukken en dat wat op zitting is besproken staat vast dat de moeder op dit moment geen enkele informatie omtrent de kinderen aan de vader verschaft. Integendeel, zo is tijdens de zitting duidelijk geworden dat de moeder zonder mededeling aan de vader de huisarts van de kinderen heeft veranderd. De vader weet op dit moment niet bij welke huisarts de kinderen zijn aangemeld. Daarnaast heeft de moeder zonder mededeling aan de vader de kinderen op een nieuwe sport gezet (en van hun oude sport afgehaald). De vader heeft geen idee waar de kinderen nu sporten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat – zeker nu partijen gezamenlijk met het gezag zijn belast – de vader (op zijn minst) van dergelijke belangrijke informatie op de hoogte dient te worden gebracht.
4.10.
De voorzieningenrechter zal (per vonnisdatum) een informatie- en consultatieregeling vaststellen waarbij de moeder de vader eenmaal per maand op de eerste dag van de maand (via e-mail) informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende de kinderen zoals, onderwijs, sport en medische zaken. De voorzieningenrechter acht in dit geval oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de informatieregeling, aangewezen. De voorzieningenrechter zal aan de nakoming van de informatieregeling een dwangsom verbinden van € 100,- voor iedere dag dat de moeder daarmee in gebreke blijft. Deze dwangsom zal niet worden gemaximeerd.
in reconventie
Schorsing werking beschikking 14 oktober 2025
4.11.
Nu de vordering in conventie tot nakoming van de voorlopige zorgregeling zal worden toegewezen, zal de voorzieningenrechter de vordering tot schorsing van bovengenoemde beschikking ten aanzien van de voorlopige zorgregeling afwijzen.
Medewerking verkoop woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats 2]
4.12.
De moeder vordert medewerking van de vader om de echtelijke woning te verkopen, nu zij zich er niet prettig bij voelt om met de vader mede-eigenaar van de woning te zijn.
4.13.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de moeder, nu er tevens een echtscheidingsprocedure aanhangig is bij de rechtbank en de verdeling van de echtelijke woning in die procedure geregeld kan worden, geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. De voorzieningenrechter zal deze vordering dan ook afwijzen.
in conventie en in reconventie
Proceskosten
4.14.
In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
veroordeelt de moeder tot nakoming van de voorlopige zorgregeling zoals opgenomen in de beschikking van deze rechtbank van 14 oktober 2025, in die zin dat de kinderen bij de vader zullen zijn: iedere woensdag en vrijdag uit school tot na het avondeten, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat de moeder daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 15.000,-;
5.2.
veroordeelt de moeder om de vader eenmaal per maand op de eerste dag van de maand (via e-mail) te informeren over gewichtige aangelegenheden betreffende de kinderen zoals, onderwijs, sport en medische zaken, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat de moeder daartoe in gebreke blijft, zonder maximum;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen af;
5.7.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
LV