ECLI:NL:RBDHA:2025:26386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiseres stelde dat haar kwetsbaarheid en afhankelijkheid van mantelzorg door haar familieleden in Nederland onvoldoende zijn meegewogen, en dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot een reëel risico op onmenselijke behandeling vanwege het ontbreken van adequate medische zorg. Zij voerde aan dat de minister had moeten onderzoeken of mantelzorg in Frankrijk beschikbaar was en dat de minister de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast en dat zij onvoldoende medische documentatie heeft overgelegd om haar situatie te onderbouwen. Ook is niet gebleken dat de Franse autoriteiten haar niet kunnen of willen helpen. De discretionaire bevoegdheid van de minister om de aanvraag aan zich te trekken is niet van toepassing omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Wilbers-Taselaar en griffier Verhoeven op 16 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen.