Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
krijgt appartement met huisnummer [huisnummer 2] .
krijgt appartement met huisnummer [huisnummer 1] en deze wordt verkocht.
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vordert de eiser, een voormalige echtgenoot, dat de gedaagde, zijn ex-partner, wordt veroordeeld tot medewerking aan de levering van een gezamenlijk verkochte woning aan kopers. De woning maakt deel uit van de ontbonden huwelijksgemeenschap. De koopovereenkomst is gesloten en de levering zou uiterlijk 31 oktober 2025 plaatsvinden, maar is uitgesteld vanwege financieringsproblemen van de kopers.
De gedaagde heeft haar volmacht voor levering ingetrokken en weigert medewerking te verlenen, ondanks sommatie en ingebrekestelling. De eiser stelt dat hierdoor het risico bestaat op een boete van 10% van de koopsom. De gedaagde betwist de afspraken over de nieuwe leveringsdatum en stelt dat zij verrast is door de sommatie, maar geeft aan dat levering mogelijk is mits zij een bedrag van € 6.000,- ontvangt.
De rechtbank oordeelt dat de koopovereenkomst nog steeds geldt en dat de medewerking van de gedaagde niet afhankelijk kan worden gesteld van de betaling van dat bedrag. Gezien het verblijf van de gedaagde in het buitenland en het risico op verzuim, bepaalt de rechtbank dat het vonnis in de plaats treedt van de benodigde verklaringen van de gedaagde om de leveringsakte uiterlijk 18 november 2025 te passeren. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het vonnis treedt in de plaats van de benodigde verklaringen van gedaagde om de leveringsakte uiterlijk 18 november 2025 te passeren.