ECLI:NL:RBDHA:2025:26407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 23 september 2023 een asielaanvraag in en stelde op 10 februari 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf verweerder een beslistermijn. Verweerder stelde verzet in tegen deze uitspraak, waarna verzoeker op 23 mei 2025 een tweede beroep instelde. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en het eerste beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling. Verweerder besloot alsnog op de aanvraag op 24 september 2025. Verzoeker trok het tweede beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding, welke door verweerder werd afgewezen.
De rechtbank overwoog dat het tweede beroep ontvankelijk zou zijn geweest indien het niet was ingetrokken, omdat verzet geen schorsende werking heeft. Echter, door het gegrond verklaren van het verzet en het niet-ontvankelijk verklaren van het eerste beroep, was ook het tweede beroep niet-ontvankelijk. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. de Gans en griffier A. Duijf, zonder zitting, en is openbaar bekendgemaakt op 19 december 2025.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het tweede beroep niet-ontvankelijk is verklaard.