Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
13 november 2024 een asielvergunning voor bepaalde tijd.
3.Het geschil
6 EVRM en artikel 47 EU-Handvest en riskeert hij te worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 3 EVRM en artikel 4 EU-Handvest. Ten eerste heeft de IRK niet onderzocht of de door Hongarije verstrekte verzetgarantie een papieren garantie is en daarmee is onduidelijk of [eiser] in Hongarije daadwerkelijk een rechtsmiddel kan instellen tegen zijn veroordeling. De uitspraak van de IRK berust op dit punt op een juridische misslag. Daarnaast is het in het licht van de door [eiser] aangedragen argumenten onbegrijpelijk dat de IRK geen algemeen reëel gevaar op schending van het recht op een eerlijk proces heeft aangenomen. Tot slot loopt [eiser] het risico om na afloop van zijn strafzaak of gevangenisstraf door Hongarije zonder deugdelijke procedure te worden uitgezet naar Syrië of Servië. Deze te verwachten schending van het Europese recht valt niet onder het toetsingskader van de overleveringsprocedure bij de IRK en [eiser] heeft daarom geen enkele rechtsbescherming tegen deze dreigende uitzetting. Op de Staat rust de verplichting om [eiser] , die een verblijfsstatus heeft in Nederland, te beschermen tegen de schending van zijn fundamentele rechten.