Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[belanghebbenden sub 1] , te [woonplaats] ,
V.o.f. [belanghebbenden sub 2], te [vestigingsplaats 1] ,
[belanghebbenden sub 3] B.V.,te [vestigingsplaats 2] ,
[belanghebbenden sub 4] B.V., te [vestigingsplaats 2] ,
[belanghebbenden sub 5], te [woonplaats] , (hierna te noemen: [belanghebbenden] ),
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 30 april 2025, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord van 25 juni 2025, met producties 1 tot en met 20;
- het vonnis in incident van 6 augustus 2025 en de daarin vermelde processtukken, waarbij het Helios en [belanghebbenden] is toegestaan zich te voegen aan de zijde van OK;
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025 waarin een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte van 18 november 2025 van OK, met producties 11 tot en met 15;
- de akte overlegging aanvullende producties van 18 november 2025 van de Staat, met producties 21 tot en met 29;
- de akte overlegging aanvullende producties van 18 november 2025 van [belanghebbenden] , met producties 2 tot en met 5.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
onbepaaldetijd. Uit de memorie van toelichting op de Benzinewet blijkt dat onder bestaande overeenkomsten ook rechten van erfpacht vallen. [2] Deze erfpachtrechten worden vaak voor bepaalde tijd verleend. Uit de memorie van toelichting volgt ook dat de Benzinewet bedoeld is om een einde te maken aan de situatie waarin locaties door de Staat vaak voor tientallen jaren in gebruik zijn gegeven. Ook hieruit volgt dat niet alleen werd beoogd een einde te maken aan bestaande overeenkomsten voor onbepaalde tijd, maar ook aan bestaande overeenkomsten voor
bepaaldetijd. Ook in het Convenant noch in de Benzinewet worden bestaande overeenkomsten voor bepaalde tijd uitgezonderd van de eerste veilingperiode. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen bepaalde of onbepaalde tijd.
€ 178,00(plus € 92 als het vonnis wordt betekend)