Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vaststelling van zijn geboortegegevens. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen aanvullende stukken te overleggen. Verzoeker heeft vervolgens documenten ingediend, maar heeft geen sluitend bewijs geleverd van zijn identiteit.
De rechtbank constateert dat verzoeker aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikt over een gelegaliseerde geboorteakte en deze ook niet meer kan verkrijgen. Op basis van de ingebrachte stukken en de zitting van 9 april 2025 zijn voldoende aanwijzingen verkregen over de omstandigheden en datum van geboorte van verzoeker.
Verzoeker heeft zich bij de vaststelling van zijn namenreeks en geslachts- en voornamen gebaseerd op het oordeel van de rechtbank, maar heeft gepersisteerd in zijn geboortedatum. De rechtbank besluit de geboortegegevens vast te stellen overeenkomstig het voorstel van de ambtenaar van de burgerlijke stand en de eerste inschrijving van verzoeker in Nederland, omdat verzoeker niet heeft aangetoond dat de documenten met geboortedatum 31 maart 1991 op hem zien.
De rechtbank wijst het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraad verklaren af vanwege de aard van de zaak en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitgesproken op 15 december 2025 door rechter A.C. Olland.