ECLI:NL:RBDHA:2025:26471

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/09/657712 / FA RK 23-8782
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. Dit verzoek volgde op een langdurige en complexe situatie waarin de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord was, ondanks eerdere ondertoezichtstellingen en betrokkenheid van hulpverleningsinstanties.

De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit en rapporteerde dat de communicatie tussen de ouders vrijwel nihil was en dat de vader bedreigende uitspraken had gedaan richting de moeder. De Raad adviseerde aanvankelijk om de beslissing over het gezag aan te houden in afwachting van mogelijke verbetering binnen een ondertoezichtstelling, maar dit verzoek werd afgewezen. Vervolgens stelde de Raad dat het eenhoofdig gezag beter aansloot bij de huidige situatie.

De moeder stelde dat de vader het gezag als machtsmiddel gebruikte en onvoldoende betrokken was bij de kinderen, terwijl de vader dit betwistte en het gezag als laatste mogelijkheid zag om contact te houden. De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen was vanwege het risico dat zij klem zouden raken tussen de ouders en dat geen verbetering te verwachten was.

Daarom wees de rechtbank het verzoek van de moeder toe en kende haar het eenhoofdig gezag toe over de minderjarigen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en beëindigt het gezamenlijk gezag vanwege ernstige communicatieproblemen tussen de ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8782
Zaaknummer: C/09/657712
Datum beschikking: 15 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 28 november 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.E. Epping te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
met een bij de rechtbank bekend briefadres,
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 1 augustus 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren. In afwachting van het raadsonderzoek is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de proceskosten aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het rapport van 1 juli 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming, met kenmerk
SK-1-5Z7WVUF;
- het F9-formulier van 1 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het e-mailbericht van [geboortedatum 2] 2025 van de zijde van de vader;
- het e-mailbericht van [geboortedatum 2] 2025 van de zijde van de moeder.
De minderjarigen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 15 oktober 2025 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Gezag
Raadsrapport
De Raad heeft onderzoek gedaan en uit het rapport komt het volgende naar voren. De zorgen die de Raad heeft over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] zijn gelegen in de complexe relatie tussen de ouders. Na de beëindiging van de ondertoezichtstelling in 2022 is de situatie tussen de ouders opnieuw verslechterd en is constructieve communicatie over [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] niet mogelijk gebleken. Beide ouders erkennen dat de communicatie tijdens de ondertoezichtstelling beter was en dat er nu nauwelijks tot geen communicatie is. De ouders wijzen allebei de andere ouder aan als oorzaak van het gebrek aan communicatie. Ook maakt de Raad zich zorgen over de bedreigende uitspraken van de vader over de moeder. Hoewel de Raad in het rapport concludeert dat de gronden voor toewijzing van het eenhoofdig gezag aanwezig zijn, adviseert de Raad om de beslissing over het gezag voor negen maanden aan te houden zodat kan worden bezien wat maakte dat de situatie rustiger en stabieler was ten tijde van de ondertoezichtstelling.
Naar aanleiding van het onderzoek heeft de Raad tevens opnieuw een ondertoezichtstelling verzocht. Dit verzoek is bij beschikking van deze rechtbank van 4 september 2025 afgewezen.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting is met de ouders en de Raad gesproken over het rapport en de adviezen van de Raad. De Raad heeft toegelicht dat het advies om het verzoek over het gezag aan te houden was gebaseerd op het idee dat er binnen de context van een eventuele ondertoezichtstelling mogelijk nog zou kunnen worden gewerkt aan het verbeteren van de communicatie tussen de ouders. Omdat het verzoek om een ondertoezichtstelling is afgewezen, heeft de Raad de situatie opnieuw bekeken. De Raad constateert dat er bij het gezin al lang sprake is van bemoeienis van de Raad. Daarnaast is Veilig Thuis betrokken geweest bij het gezin en is er hulpverlening geweest. Ook heeft de moeder zich meermaals tot de rechtbank moeten wenden in verband met gezagsbeslissingen. Volgens de Raad heeft de vader dreigende uitspraken gedaan over de moeder bij de Raad, het Wilmahuis en tegen de moeder zelf en is er nog altijd onvoldoende communicatie tussen de ouders. De Raad is van mening dat er een ondertoezichtstelling nodig zou zijn om het gezamenlijk gezag in stand te kunnen houden en dat is niet de bedoeling. Daarom stelt de Raad alsnog dat eenhoofdig gezag beter aansluit bij de huidige situatie.
De moeder kan zich vinden in het advies van de Raad en stelt dat de vader het gezag gebruikt als machts- of ruilmiddel, bijvoorbeeld door alleen onder bepaalde voorwaarden toestemming te verlenen voor beslissingen over school en vakanties. Volgens de moeder vervult de vader zijn vaderrol niet, neemt hij geen stappen om in contact te komen met zijn kinderen en is de door hem gestelde betrokkenheid bij de school van [de minderjarige 1] beperkt en recent. De vader betwist hetgeen de moeder stelt en ziet het belast blijven met het ouderlijk gezag als een laatste strohalm voor het contact met zijn kinderen. Volgens de vader wil de moeder niet met hem communiceren en zet zij [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] tegen hem op. De vader vindt het belangrijk dat hij wordt geïnformeerd over zijn kinderen, bijvoorbeeld over school en medische aangelegenheden.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het is de rechtbank gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds het uiteengaan van de ouders, waardoor de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek om met het eenhoofdig gezag belast te worden. Ook is het de rechtbank duidelijk geworden dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is. De rechtbank vindt het invoelbaar dat de vader het gezag ziet als laatste strohalm om een rol te kunnen spelen in het leven van zijn kinderen. De rechtbank constateert alleen wel dat er in de huidige situatie een risico bestaat dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] klem of verloren raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag in stand blijft. De communicatie tussen de ouders is dusdanig slecht dat de moeder de rechtbank meermaals heeft moeten vragen om vervangende toestemming te verlenen voor gezagsbeslissingen. Daarnaast hebben de ouders ook met elkaar over moeten onderhandelen over gezagsbeslissingen, waarbij de instemming van de vader is uitgeruild tegen contactmomenten met [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] . De rechtbank leidt hieruit af dat de ouders nu al langere tijd niet in staat zijn om samen en in onderling overleg gezagsbeslissingen in het belang van hun kinderen te nemen en dat er geen perspectief op verbetering van de situatie bestaat. Naar het oordeel van de rechtbank is deze situatie niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen en haar belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 december 2025.