ECLI:NL:RBDHA:2025:26501

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
09/757335-00
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verlenging van terbeschikkingstelling in verband met voldoende waarborging van maatschappelijke veiligheid

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak betreffende de terbeschikkinggestelde, die sinds 5 juli 2001 onder de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) valt. De officier van justitie had op 28 oktober 2025 verzocht om verlenging van de TBS-termijn met een jaar. De rechtbank heeft de vordering afgewezen, omdat de terbeschikkinggestelde, ondanks zijn diagnose van lymfeklierkanker, stabiel functioneert en zich positief heeft ontwikkeld. De reclassering en psychiater hebben geadviseerd dat de huidige begeleiding en ondersteuning, die voortgezet kan worden op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz), voldoende zijn om de veiligheid van de samenleving te waarborgen. De rechtbank concludeert dat de noodzakelijke beveiliging van de samenleving niet langer een verlenging van de TBS-maatregel vereist. De terbeschikkinggestelde heeft blijk gegeven van inzicht in zijn situatie en is gemotiveerd om zijn medicatie voort te zetten. De rechtbank heeft daarom de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de TBS afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Parketnummer: 09/757335-00

Beslissing van 23 december 2025

Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 28 oktober 2025 om de termijn van de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, in de zaak van:

[de terbeschikkinggestelde],

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats],
[adres], [postcode] [woonplaats]
(hierna: de terbeschikkinggestelde),
die bij vonnis van deze rechtbank van 5 juli 2001 ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: de maatregel). Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 5 november 2024 met één jaar verlengd. Daarnaast heeft deze rechtbank de maatregel bij laatstgenoemde beslissing voorwaardelijk beëindigd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de
bijlage.

De procedure

De rechtbank heeft de vordering op 23 december 2025 ter terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.O. Roosjen, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. M. de Vries gehoord.
Daarnaast is [naam], reclasseringswerker, als deskundige gehoord.

Het advies van de reclassering

De reclassering adviseert om de maatregel niet te verlengen wanneer een zorgmachtiging wordt afgegeven.
De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met complexe problematiek en een zwakke persoonlijkheidsstructuur. De terbeschikkinggestelde is bekend met psychotische episodes waarbij hij bij oplopende spanningen en te veel prikkels psychotisch kan decompenseren. Dan neemt de kans op destructief en agressief gedrag toe. Daarnaast is er bij de terbeschikkinggestelde sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline, narcistische en paranoïde trekken.
De terbeschikkinggestelde is in september 2024 vanuit de FPA overgeplaatst naar de beschermde woonvoorziening ‘[woonvoorziening]’. Dit is een afdeling voor langdurige zorg, gericht op mensen met ernstige psychiatrische kwetsbaarheden en daarmee samenhangende problemen. Deze afdeling biedt behandeling, begeleiding, huisvesting en rehabilitatie. Het geleidelijke uitstroomtraject, dat is geïndiceerd om de stabiliteit te bewaren en om te toetsen bij welke mate van begeleiding en structuur terbeschikkinggestelde goed gedijt teneinde de delict risico's, ook op de lange termijn, tot een minimum te beperken is tot op heden positief verlopen.
Dit traject is passend gebleken binnen de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel en de terbeschikkinggestelde voelt zich goed binnen deze woonvoorziening. De samenwerking met de terbeschikkinggestelde is goed. Hij is open in het contact, houdt zich aan de voorwaarden van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en onderhoudt adequaat contact met de hulpverlening om hem heen. Er hebben zich geen incidenten voorgedaan en de terbeschikkinggestelde heeft zich positief ingezet. Halverwege juni van dit jaar is bij de terbeschikkinggestelde vastgesteld dat hij lymfeklierkanker heeft. Ondanks deze stressvolle situatie, waarbij hij intensieve behandeling heeft moeten ondergaan, is de terbeschikkinggestelde stabiel blijven functioneren. Vanuit het risicomanagement bekeken blijft ondersteuning essentieel en bij een beëindiging van de maatregel kan de ambulante forensisch behandeling Mesdag (AFPB) in samenwerking met de begeleide woonvoorziening deze ondersteuning blijven bieden. De reclassering is van mening dat er geen tbs-maatregel meer nodig is, maar dat een zorgmachtiging ter bescherming, die hij nodig heeft om te voorkomen dat hij terugvalt, volstaat.
De deskundige [naam] heeft in aanvulling op het advies ter terechtzitting naar voren gebracht dat de AFPB het verzoek tot onderzoek naar de mogelijkheid van een zorgmachtiging heeft afgewezen, omdat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van vrijwillige bereidheid tot zorg en behandeling. Daarmee wordt niet voldaan aan de criteria voor een zorgmachtiging. Desalniettemin is het mogelijk voor de terbeschikkinggestelde om op ‘[woonvoorziening]’ te blijven wonen, namelijk op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz). De AFBP blijft op die manier betrokken bij de terbeschikkinggestelde en feitelijk gezien verandert de situatie van de terbeschikkinggestelde na beëindiging van de maatregel niet. Het advies tot beëindiging van de maatregel blijft, ondanks het feit dat er geen zorgmachtiging kan worden afgegeven, onverkort in stand. Nadat de maatregel is geëindigd, zal de aanvraag voor een indicatie op grond van de Wlz worden ingediend. De reclassering komt tot dezelfde inschatting van de recidiverisico’s als de psychiater in diens advies, aldus de deskundige.

Het advies van de psychiater

De psychiater concludeert dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met cluster A (paranoïde) en cluster B (borderline) trekken. Er is verder sprake van een psychotische persoonlijkheidsorganisatie, hetgeen betekent dat hij onder stressvolle omstandigheden kortdurend psychotisch kan decompenseren. In dat geval kan de terbeschikkinggestelde ook tot antisociaal gedrag komen. De stoornissen in gebruik van alcohol en cocaïne en anabolen zijn in langdurige remissie onder gereguleerde omstandigheden. Op basis van de klinische indrukken in relatie tot de analyse van de gebruikte instrumenten kan worden geconstateerd dat er bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met een grote kwetsbaarheid met onderliggende angstigheid. Een toename van angst leidt tot wantrouwen en problemen in de realiteitstoetsing. Binnen een beschermende en proactieve omgeving kunnen deze angsten beperkt blijven en gekeerd worden. Antipsychotische medicatie is daarbij cruciaal. Buiten een beschermende omgeving en zonder de beschermende werking van de antipsychotica heeft de terbeschikkinggestelde te weinig mogelijkheden (coping) om zelfstandig zijn angstige binnenwereld te beteugelen. Dan ligt middelengebruik, teloorgang, verloedering en delictgedrag op de loer. Dat is geen acuut risico maar wel een risico op de (middel) lange termijn. Uit de gestructureerde risicotaxatie komt naar voren dat een aantal met name historische (statische) risicofactoren gescoord kunnen worden. Daarnaast kan geconcludeerd worden dat er sprake is van diverse beschermende factoren die deels gelieerd zijn aan het huidige risicomanagement. Alles overziend concludeert de psychiater dat bij adequaat gebruik van de antipsychotica, bij het abstinent blijven van alcohol en drugs en bij het wonen in een overzichtelijke woonvorm zoals ‘[woonvoorziening]’ met professionele hulpverlening in de buurt, het risico op recidive op de korte en langere termijn laag is. De terbeschikkinggestelde heeft bij het gebruik van antipsychotica voldoende inzicht en intrinsieke motivatie om zijn risicofactoren duurzaam verlaagd te houden. Zonder de geschetste ingrediënten kan het recidiverisico oplopen op de langere termijn naar hoog via de route van een toename van wantrouwen en angsten, inadequaat stressmanagement door alcohol en middelengebruik, teloorgang, verloedering en delictgedrag.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting verklaard dat hij inziet dat hij zijn medicatie moet blijven nemen en dat hij zich goed voelt onder het gebruik van die medicijnen. De terbeschikkinggestelde wil graag blijven wonen op ‘[woonvoorziening]’, maar zou ook graag zien dat zijn maatregel wordt beëindigd.
De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft op de terechtzitting naar voren gebracht dat de maatregel alleen moet worden verlengd als deze noodzakelijk is. De raadsman stelt zich op het standpunt dat verlenging van de maatregel in onderhavig geval niet noodzakelijk is, omdat de terbeschikkinggestelde gemotiveerd en medicatiegetrouw is. Hij is gelukkig op de plek waar hij nu woont en zal daar blijven wonen. Hij blijft ook na de maatregel in een omgeving waar men de terbeschikkinggestelde kent, zijn woonomgeving is gespitst op de risico’s en instanties kunnen vrijwillig in beeld blijven. Mocht de terbeschikkinggestelde uit balans raken, dan bestaat de mogelijkheid van een crisismaatregel of een zorgmachtiging. De raadsman van de terbeschikkinggestelde verzoekt primair om de vordering tot verlenging van de maatregel af te wijzen. De raadsman heeft subsidiair verzocht om de mogelijkheid van een zorgmachtiging te laten onderzoeken.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op de terechtzitting op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, waarmee de maatregel zal eindigen.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht kan de termijn van een terbeschikkingstelling worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. De vraag die op dit moment voorligt, is of de beveiliging van de maatschappij voortzetting van de maatregel tot terbeschikkingstelling van overheidswege eist.
Uit het advies van de reclassering, het psychiatrisch rapport en de ter zitting door de deskundige gegeven toelichting blijkt dat de terbeschikkinggestelde al geruime tijd op het huidige niveau functioneert, medicatiegetrouw is en zich positief heeft ontwikkeld. Ondanks het feit dat de terbeschikkinggestelde de diagnose lymfeklierkanker kreeg, wat veel spanning met zich mee brengt, heeft dit bij hem niet geleid tot decompensatie. De terbeschikkinggestelde is zich bewust van de noodzaak van hulpverlening en heeft zich gemotiveerd getoond zijn huidige begeleiding vrijwillig voort te zetten. De psychiater en de reclassering zijn het erover eens dat het recidiverisico bij eventuele beëindiging van de maatregel, bij adequaat medicatiegebruik, bij het abstinent blijven van alcohol en drugs en bij het wonen in een overzichtelijke woonvorm zoals ‘[woonvoorziening]’ met professionele hulpverlening in de buurt, laag is.
Dit alles maakt dat de noodzakelijke beveiliging van de samenleving met een vrijwillige voortzetting van de huidige begeleiding met een indicatie op grond van de Wlz naar het oordeel van de rechtbank voldoende is gewaarborgd.
Onder deze omstandigheden is een verlenging van de maatregel niet langer noodzakelijk om het recidivegevaar te ondervangen. De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
mr. J.J. Balfoort, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.

Bijlage

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • het vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 juli 2001, waarbij de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege werd gelast;
  • de beslissing van de rechtbank Den Haag van 5 november 2024, waarbij de terbeschikkingstelling laatstelijk met één jaar is verlengd en voorwaardelijk is beëindigd;
  • het advies op grond van artikel 6:6:12 van het Wetboek van Strafvordering van dr. T.W.D.P. van Os, psychiater, van 8 augustus 2025;
  • het advies van de reclassering Nederland van 30 september 2025;
  • de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 28 oktober 2025.