Partijen, voormalige partners, hebben twee minderjarige kinderen. De man erkent beide kinderen, maar er bestaat onzekerheid over zijn vaderschap van het jongste kind. De moeder heeft de omgangsregeling voor het oudste kind stopgezet omdat zij wil dat de man ook omgang heeft met het jongste kind. De man wenst geen omgang met het jongste kind zolang het vaderschap niet is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het oudste kind voorrang heeft en dat de omgangsregeling met hem zo spoedig mogelijk moet worden hervat. Voor het jongste kind wordt omgang uitgesteld totdat het DNA-onderzoek duidelijkheid geeft over het vaderschap. Partijen zijn het eens geworden over het DNA-onderzoek bij Verilabs, waarvan de kosten gelijk worden verdeeld.
De omgangsregeling voor het oudste kind wordt vastgesteld met vaste tijden in het weekend en een regeling voor de kerstvakantie. Voor het jongste kind geldt dezelfde regeling zodra het vaderschap is bevestigd. De rechtbank wijst een dwangsom af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.