Uitspraak
Hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 20 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
- het bericht van 5 september 2025 van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 9 september 2025 van de zijde van de moeder;
- de F9-formulieren van 5 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben;
- een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen om de week van zondag 11:00 uur tot 19:00 uur bij de vader zijn;
- de vader te bevelen om de paspoorten van de kinderen binnen twee weken na datum van deze beschikking aan de moeder af te geven, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,- per dag per paspoort, met een maximum van € 10.000,-;
- een bedrag aan kinderalimentatie vast te stellen, bij vooruitbetaling te voldoen door de vader aan de moeder:
- met ingang van indiening van het verzoekschrift tot 1 april 2025: ad € 434,- per kind per maand;
- vanaf 1 april 2025: ad € 214,- per kind per maand;
- primair: te bepalen dat de kinderen volgens de BRP ingeschreven zullen blijven staan op het adres van de vader;
- subsidiair: te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben op het adres van de vader;
- meer subsidiair: te bepalen dat [de minderjarige 1] de hoofdverblijfplaats zal hebben op het adres van de moeder en [de minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats op het adres van de vader;
- te bepalen dat de kinderen volgens een week-op-week-af-regeling bij de ouders zullen verblijven, in die zin dat zij de oneven weken bij de vader en de even weken bij de moeder zullen verblijven, waarbij de overdracht wekelijks zal plaatsvinden op maandagmiddag, in die zin dat de ene ouder de kinderen op maandag naar school brengt waarna de week bij die ouder eindigt en de andere ouder de kinderen op maandag van school ophaalt waarna de week bij die ouder begint;
- te bepalen dat de kinderen gedurende de helft van de vakanties- en feestdagen bij de ouders zullen verblijven volgens het schema zoals opgenomen in het verweerschrift;
- te bepalen dat de moeder gehouden is om aan de vader een nog nader te becijferen bijdrage te leveren in de kosten van de kinderen, met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen ingangsdatum;
Beoordeling
“Grootste zorg
Is er sprake van kindermishandeling/huiselijk geweld?Hieruit is het volgende naar voren gekomen:
“Onze overwegingen / analyse
www.werkzoeken.nl. Ook ligt dit bedrag in lijn met het inkomen waarmee de moeder heeft gerekend in het kader van de behoefte. Gelet op het voorgaande sluit de rechtbank voor de bepaling van de draagkracht van de vader aan bij het door de vader genoemde netto inkomen, ook al heeft hij dat niet met financiële stukken onderbouwd. Genoemd bedrag komt neer op een bruto bedrag van € 3.209,-, per maand en dient vermeerderd te worden met 8% vakantietoeslag. De rechtbank berekent het NBI van de vader dan op € 2.870,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.