Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:26530

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/09/679588
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag vader over kinderen wegens gebrekkige samenwerking ouders

De rechtbank Den Haag behandelde op 16 december 2025 het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over de kinderen te verkrijgen. Eerder was de beslissing aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. Deze concludeerde dat zolang de samenwerking tussen ouders niet verbetert, gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is.

De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming gaven aan dat de verstandhouding tussen de ouders niet is verbeterd en dat de moeder de hoofdverzorging heeft. De school maakte zich ernstige zorgen over de kinderen en de belastbaarheid van de moeder, die inmiddels hulpverlening heeft ingeschakeld. De moeder ervaart de situatie als zwaar en voelt zich bedreigd door de vader, terwijl de vader ook zorgen heeft over de thuissituatie bij de moeder.

De rechtbank oordeelt dat gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico vormt dat de kinderen klem komen te zitten tussen de ouders, gezien het gebrek aan overleg en afstemming. Daarom wordt het verzoek van de vader afgewezen. Wel wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader maandelijks informeert over belangrijke zaken omtrent de kinderen, zoals school, gezondheid en hobby’s.

Uitkomst: Het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen wordt afgewezen en een informatieregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-770
Zaaknummers: C/09/679588
Datum beschikking: 16 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 4 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemandsverdriet-Wensink te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. Zennipman te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 25 april 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag aangehouden, in afwachting van het onderzoek door en het verslag van de bijzondere curator.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het F9-formulier van 22 juli 2025 van de bijzondere curator, met bijlage;
  • het bericht van 29 juli 2025 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 7 augustus 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 19 augustus 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 26 augustus 2025 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 10 september 2025 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 5 november 2025 van de van de vader, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 13 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
Op 18 november is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • mr. L. de Roode, in de hoedanigheid van bijzondere curator;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Bij beschikking van 25 april 2025 heeft de rechtbank een bijzondere curator voor de kinderen benoemd. Daarbij is de bijzondere curator verzocht een standpunt in te nemen ten aanzien van het gezag. De bijzondere curator heeft in haar verslag – voor zover hier van belang – het volgende geconcludeerd:
“Zolang de samenwerking en verstandhouding tussen ouders niet verbeter[t]
is het de vraag of een wijziging naar gezamenlijk gezag in het belang is van
de kinderen. Beide ouders zullen eerst aan zelfreflectie moeten gaan doen.
Moeder heeft de hoofdverzorging van de kinderen en er zijn geen hele grote
zorgen op school over de kinderen.”
Op de zitting heeft de bijzondere curator aangegeven dat de samenwerking en verstandhouding tussen de ouders tot op heden niet zijn verbeterd. Onder die omstandigheden acht zij het dan ook niet in het belang van de kinderen dat de ouders gezamenlijk met het gezag over hen worden belast.
Daarnaast heeft de bijzondere curator na het uitbrengen van haar verslag (nogmaals) contact opgenomen met de school van de kinderen. Op de zitting heeft zij hierover het volgende aangegeven. De school maakt zich niet alleen ernstige zorgen over de kinderen, maar ook over de belastbaarheid van de moeder. Daarom dient hulpverlening te worden ingeschakeld. Volgens de bijzondere curator heeft de moeder deze hulpverlening inmiddels georganiseerd. Voor de kinderen zijn de instanties Kracht en schoolmaatschappelijk werk betrokken, terwijl de moeder hulp krijgt via KesslerPerspektief en Arosa.
De Raad heeft op de zitting aangegeven zich aan te sluiten bij de conclusie van de bijzondere curator.
De rechtbank is gebleken dat de moeder de gehele situatie als zwaar ervaart. Zij voelt zich bedreigd door de vader en is van mening dat de kinderen op een negatieve manier door hem worden beïnvloed. Daarnaast draagt zij grotendeels alleen de zorg voor de kinderen, hetgeen veel inspanning van haar vraagt. De vader maakt zich (ook) zorgen om de kinderen vanwege de situatie bij de moeder thuis. De rechtbank constateert dat de kinderen hulp nodig hebben en dat de moeder deze hulpverlening inmiddels heeft ingeschakeld. Dit heeft zij kunnen doen zonder toestemming van de vader, omdat zij is belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Indien de vader mede met het gezag over de kinderen wordt belast, vergt dit afstemming en overleg tussen de ouders. De ouders zijn hier tot op heden niet toe in staat gebleken.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders indien zij gezamenlijk met het gezag over hen worden belast. Daarbij is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Het verzoek van de vader zal daarom worden afgewezen.
Tot slot merkt de rechtbank op dat de moeder op de zitting heeft aangegeven bereid te zijn de vader een keer per maand over de kinderen te informeren. Omdat de rechtbank, net als de bijzondere curator, het van belang acht dat de vader op de hoogte blijft van de kinderen, zal zij ambtshalve een informatieregeling vastleggen (artikel 1:377b BW).

Beslissing

De rechtbank – in aanvulling op de beschikking van 25 april 2025 van deze rechtbank –:
*
wijst af het verzoek van de vader om hem gezamenlijk met het gezag over de kinderen te belasten;
*
bepaalt als informatieregeling dat de moeder één keer per maand de vader informeert over gewichtige aangelegenheden over de kinderen – onder meer – ten aanzien van school, gezondheid en hobby’s;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 december 2025.