Partijen zijn ouders van een minderjarige geboren in 2015. De moeder had tot op heden het alleen gezag. Bij beschikking van 30 maart 2023 was een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader omgang had volgens een wisselend weekschema. De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk gezag toe te kennen en de omgangsregeling te wijzigen in een co-ouderschapsregeling met een gelijke verdeling van zorg en vakanties.
De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is in het belang van het kind, mits ouders in staat zijn tot overleg en gezamenlijke besluitvorming. Ondanks communicatieproblemen is gebleken dat ouders overleg kunnen plegen en afspraken maken over de zorg. De rechtbank wijst op het belang van ouderschapsbemiddeling om de communicatie te verbeteren.
Ten aanzien van de zorgregeling oordeelt de rechtbank dat de vader onvoldoende heeft onderbouwd dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat een wijziging gerechtvaardigd is. De problemen met het werkrooster zijn niet voldoende gerelateerd aan de zorgregeling en er is geen bewijs dat de huidige regeling het welzijn van het kind schaadt. Daarom wordt het verzoek tot wijziging van de zorgregeling niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank besluit het gezamenlijk gezag toe te kennen en de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot wijziging van de zorgregeling.