Uitspraak
Gezag
Beschikking op het op 31 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
[de vader],
Procedure
- de moeder met haar advocaat en S. Aydos-Brandsma, tolk Turks;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De moeder verzocht de rechtbank Den Haag om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De vader, die sinds augustus 2022 is geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland, is onbereikbaar en heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag na de echtscheiding in stand was gebleven, maar dat de omstandigheden sindsdien zijn gewijzigd. De moeder kon geen contact meer krijgen met de vader, wat praktische problemen veroorzaakte, zoals het aanvragen van een paspoort en toestemming voor reizen met het kind.
Op grond van artikel 1:253n BW en de toepasselijke criteria oordeelde de rechtbank dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan zelfstandig beslissingen kan nemen. Daarom werd het verzoek tot eenhoofdig gezag toegewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens onbereikbaarheid en niet-invulling van het gezag door de vader.