Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:26564

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/09/679523 / FA RK 25-735
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens onbereikbaarheid vader

De moeder verzocht de rechtbank Den Haag om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De vader, die sinds augustus 2022 is geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland, is onbereikbaar en heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag na de echtscheiding in stand was gebleven, maar dat de omstandigheden sindsdien zijn gewijzigd. De moeder kon geen contact meer krijgen met de vader, wat praktische problemen veroorzaakte, zoals het aanvragen van een paspoort en toestemming voor reizen met het kind.

Op grond van artikel 1:253n BW en de toepasselijke criteria oordeelde de rechtbank dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan zelfstandig beslissingen kan nemen. Daarom werd het verzoek tot eenhoofdig gezag toegewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens onbereikbaarheid en niet-invulling van het gezag door de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-735
Zaaknummer: C/09/679523
Datum beschikking: 16 december 2025

Gezag

Beschikking op het op 31 januari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Çiçek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 25 augustus 2022 geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9 formulier van 5 februari 2025 met bijlage van de moeder;
- het F9 formulier van 7 februari 2025 met bijlage van de moeder;
- het F9 formulier van 10 februari 2025 van de moeder;
- het F9 formulier van 11 februari 2025 met bijlage van de moeder.
Op 15 december is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat en S. Aydos-Brandsma, tolk Turks;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
In de Basisregistratie Personen staat de vader opgenomen als niet-ingezetene (RNI) met een onbekende verblijfplaats in het buitenland. De vader is openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de op 13 november 2025 verschenen editie van de Staatscourant. Ook is een oproep voor de zitting verzonden naar het bij de moeder bekende adres waar de vader heeft gewerkt. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet tijdens de zitting verschenen.
De minderjarige [minderjarige] heeft met de rechter gesproken over het verzoek.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan het eenhoofdig gezag zal hebben over de minderjarige [minderjarige], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2016 tot [datum 2] 2023.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [geboorteland 1].
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De moeder, de vader en [minderjarige] hebben in ieder geval de Bulgaarse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek over het gezag.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De moeder heeft aangevoerd dat de vader sinds de echtscheiding compleet uit het leven van de moeder en [minderjarige] verdwenen. Tussen [minderjarige] en de vader heeft sinds 2022 geen contact meer plaatsgevonden. De moeder weet niet waar de vader woont en de vader is niet bereikbaar via telefoonnummers en e-mailadressen die voorheen in gebruik waren aangezien hij deze heeft verwijderd. Er is daarom geen enkele communicatie mogelijk met de vader. De moeder loopt hierdoor tegen praktische problemen aan. Zij heeft procedures moeten voeren voor het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige] en voor vervangende toestemming voor een reis met [minderjarige] naar het buitenland. Daarom verzoekt de moeder haar te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige].
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toewijzen. Hoewel gezamenlijk gezag het uitgangpunt is, is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag over [minderjarige] in zijn belang noodzakelijk is. Onweersproken is dat de vader onbereikbaar is voor de moeder. De vader geeft feitelijk geen invulling aan het gezag over [minderjarige] en het is voor de moeder niet mogelijk de vader te spreken over gezagsbeslissingen. Hierdoor kunnen zaken voor [minderjarige] niet geregeld worden, bijvoorbeeld het aanvragen van een nieuw paspoort voor hem. Het is belangrijk dat beslissingen voor [minderjarige] wel kunnen worden genomen, ook voor schoolzaken en medische kwesties. Het is in zijn belang dat de moeder zulke beslissingen voortaan zelfstandig kan nemen.
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1995 te [geboorteplaats 2], [geboorteland 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1], [geboorteland 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door
mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 december 2025.