ECLI:NL:RBDHA:2025:2660
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering herkomstgebied
Eiser diende op 27 november 2021 een asielaanvraag in die op 9 juli 2024 werd afgewezen door verweerder. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestreden besluit een gebrek vertoonde omdat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser onvoldoende kennis zou hebben van zijn gestelde herkomstgebied Bardera in Somalië.
Verweerder heeft vervolgens een aanvullend besluit genomen waarin hij dit gebrek heeft hersteld door gedetailleerd te motiveren dat eiser slechts summiere en algemene kennis heeft over Bardera, wat onvoldoende is om zijn herkomst aannemelijk te maken. De rechtbank stelt vast dat deze aanvullende motivering voldoet en dat verweerder zich niet onterecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
Daarnaast beoordeelde de rechtbank de overige gronden van eiser, waaronder het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer en het inreisverbod, en wees deze af wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het eerdere gebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het gebrek is hersteld en de overige gronden niet slagen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ad € 3.174,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.