ECLI:NL:RBDHA:2025:26615

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/675003 / FA RK 24-7812
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 1:100 BWArt. 7 lid 2 VerdragHaags Huwelijksvermogensverdrag 1978
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen: ouderschapsplan, eenhoofdig gezag, huurrecht en verdeling

Partijen zijn gehuwd sinds 2005 en hebben twee kinderen, waarvan één jong-meerderjarig en één minderjarig die bij de vrouw verblijft. De man is onder bewind gesteld sinds 2012 vanwege zijn toestand. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen waaronder opname van het ouderschapsplan, eenhoofdig gezag voor de vrouw, huurrecht van de echtelijke woning en verdeling van de huwelijksgemeenschap.

De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. Het door beide partijen ondertekende ouderschapsplan wordt aan de beschikking gehecht, waardoor verdere beslissingen over hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie komen te vervallen. Het eenhoofdig gezag wordt aan de vrouw toegekend voor de minderjarige, terwijl het verzoek voor de jong-meerderjarige wordt afgewezen.

Het huurrecht van de echtelijke woning wordt aan de vrouw toegewezen. De partneralimentatieverzoek is ingetrokken. De verdeling van de huwelijksgemeenschap vindt plaats op basis van de wettelijke algehele gemeenschap van goederen, waarbij de bankrekening van de man aan hem wordt toegedeeld en de bankrekening, inboedel en huurrecht aan de vrouw, zonder verrekening. Iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, neemt het ouderschapsplan op, kent eenhoofdig gezag toe aan de vrouw, wijst het huurrecht toe en regelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap zonder verrekening.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7812 (echtscheiding)
FA RK 25-3757 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/675003 (echtscheiding)
C/09/685506 (verdeling)
Datum beschikking: 17 december 2025

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 15 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.J.V.H. Stoffels te Zevenbergen,

[bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2],

in hun hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren aan de man;
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
advocaat: mr. F.J.V.H. Stoffels te Zevenbergen.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 24 november 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage het betekeningsexploot;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van 15 april 2025 van de zijde van de vrouw, met als bijlage het originele ouderschapsplan;
  • het F9-formulier van 23 april 2025 van de zijde van de man;
  • het F5-formulier van 29 juni 2025 van de zijde van de man;
  • het F9-formulier van 14 juli 2025 van de zijde van de vrouw.
De minderjarige [minderjarige] heeft schriftelijk haar mening kenbaar gemaakt.
Op 26 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw met haar advocaat en tolk H.C. Khanna;
  • de advocaat van de man en de bewindvoerders.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 te [plaats 1] , [land] .
- Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
- de tijdens deze procedure jong-meerderjarige geworden [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats] ,
- de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] .
  • [minderjarige] verblijft bij de vrouw.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige] .
  • De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
  • De man is op 15 november 2012 door de kantonrechter onder bewind gesteld, omdat hij door lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zelf zijn vermogensrechtelijke belangen waar te nemen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw, zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
  • aanhechting van het ouderschapsplan aan de beschikking;
  • bepaling dat het gezamenlijk gezag van partijen wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag over de minderjarigen aan de vrouw wordt toegekend;
  • bij gebreke aan een ouderschapsplan, bepaling dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw zal zijn;
  • bij gebreke aan een ouderschapsplan, vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie van € 165,- per kind per maand;
  • vaststelling van de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van
€ 1.084,- bruto per maand;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, als volgt:
- aan de man wordt toegedeeld:
- zijn bankrekening in Nederland, zonder nadere verrekening van het saldo per peildatum met de vrouw;
- aan de vrouw wordt toegedeeld:
- het huurrecht van de echtelijke woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ;
- de bankrekening op haar naam in Nederland, IBAN [rekeningnummer] , zonder nadere verrekening van het saldo per peildatum met de man;
- de inboedelgoederen van de echtelijke woning;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert – onder referte voor het overige – op dit moment nog verweer tegen de verzochte partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Opname ouderschapsplan
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek de getroffen regelingen op te nemen in de beschikking. De rechtbank zal hierop Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt het ouderschapsplan aan te hechten aan de beschikking. De man heeft het ouderschapsplan ondertekend en is het eens met de inhoud daarvan en de aanhechting aan de beschikking.
Het verzoek tot opname van het door beide partijen ondertekende ouderschapsplan in de beschikking kan daarom als op de wet gegrond worden toegewezen. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat zij door de aanhechting van het ouderschapsplan niet meer hoeft te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en de kinderalimentatie.
Eenhoofdig gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarig
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt, zoals ook is opgenomen in het door partijen ondertekende ouderschapsplan, het eenhoofdig gezag over de kinderen van partijen. De man refereert zich ten aanzien van dit verzoek aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt voorop dat [jongmeerderjarige] gedurende deze procedure meerderjarig is geworden. Het verzoek kan daarom geen betrekking meer hebben op [jongmeerderjarige] en wordt ten aanzien van haar afgewezen. De rechtbank zal het verzoek ten aanzien van [minderjarige] toewijzen en bepalen dat de vrouw voortaan alleen met het gezag over haar is belast.
Huurrecht
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de echtelijke woning. De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt het huurrecht van de echtelijke woning. De man refereert zich aan dit verzoek.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning aan haar daarom als op de wet gegrond toewijzen.
Partneralimentatie
Het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie is ter zitting door de vrouw ingetrokken, zodat daar niet meer op beslist hoeft te worden.
Verdeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot de verzoek tot vaststelling van partneralimentatie.
Nu het huwelijk is gesloten na 1 januari 1992 en vóór 29 januari 2019 – namelijk op [datum] 2005 – is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130 (HVV 1978) van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.
Niet gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze hebben uitgebracht. Duidelijk is dat partijen reeds meer dan tien jaar in Nederland wonen, zodat vanaf het moment dat zij hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben gevestigd op grond van artikel 7 lid Pro 2, onder 2, van het Verdrag Nederlands recht van toepassing is.
Inhoudelijke beoordeling
Gesteld noch gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005 waardoor moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke algehele gemeenschap van goederen bestaat. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de ontbonden huwelijksgemeenschap bij helfte wordt verdeeld, nu het huwelijk is gesloten voor 1 januari 2018 (artikel 1:100 BW Pro).
Peildatum
Voor het vaststellen van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt de datum van indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank, namelijk 15 oktober 2025. Als peildatum voor de waardering van de te verdelen goederen geldt in beginsel de datum van verdeling, tenzij de man en de vrouw anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan moet worden afgeweken.
Omvang
De vrouw heeft gesteld dat de volgende vermogensbestanddelen in de wettelijke gemeenschap vallen:
Bankrekening man;
Bankrekening vrouw, bekend onder nummer [rekeningnummer] ;
Inboedel echtelijke woning.
Ad a. bankrekening man
Partijen zijn het erover eens dat de bankrekening van de man aan hem kan worden toegedeeld, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Ad b. bankrekening vrouw
Partijen zijn het erover eens dat de bankrekening van de vrouw aan haar kan worden toegedeeld, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Ad c. inboedel
Partijen zijn het erover eens dat de inboedel van de echtelijke woning aan de vrouw kan worden toegedeeld, zonder nadere verrekening. De rechtbank zal overeenkomstig beslissen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2005 te [plaats 1] , [land] ;
*
neemt op de door de man en de vrouw getroffen onderlinge regeling met betrekking tot de minderjarige zoals neergelegd in het aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan;
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de vrouw het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2008;
*
bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 2] ;
*
stelt de verdeling van de wettelijke algehele gemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
1. aan de man wordt toegedeeld, zonder verrekening:
a. de bankrekening op zijn naam;
2. aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder verrekening:
a. de bankrekening op haar naam;
b. de inboedel;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 december 2025.