Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:26620

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/683862 / FA RK 25-2932
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en afwijzing omgangsregeling vader met minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een omgangsregeling, vaststelling van de hoofdverblijfplaats en het ouderschapsplan met betrekking tot zijn minderjarige kind. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag vanwege een geschiedenis van huiselijk geweld en de veiligheid van het kind.

De Raad voor de Kinderbescherming voerde een uitgebreid onderzoek uit en concludeerde dat het in het belang van het kind is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. De vader is veroordeeld voor huiselijk geweld en heeft een contactverbod, verblijft in het buitenland en onderhoudt geen contact met het kind. De moeder ervaart veel angst en wil geen contact met de vader.

De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind en de veiligheid van de moeder voorop staan. Daarom wordt geen omgangsregeling vastgesteld. De verzoeken van de vader met betrekking tot hoofdverblijfplaats en ouderschapsplan worden afgewezen omdat deze in strijd zijn met de beslissing tot eenhoofdig gezag. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en wijst het verzoek tot omgangsregeling en vaststelling hoofdverblijfplaats af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2932
Zaaknummer: C/09/683862
Datum beschikking: 17 december 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 16 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.R. Arema te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.N. Wensen te Lage Zwaluwe.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 juni 2025 is – voor zover hier van belang –:
  • bepaald dat er voorlopig geen zorgregeling geldt tussen de vader en [minderjarige];
  • toestemming aan de moeder verleend voor de overschrijving van [minderjarige] naar de zorgpolis van de moeder;
  • de Raad voor de kinderbescherming verzocht om – in aanvulling op het reeds gelaste raadsonderzoek – onderzoek te verrichten naar de vraag of een wijziging in het gezag noodzakelijk is;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van het ouderschapsplan, het gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de proceskosten aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het raadsrapport van 12 september 2025, met kenmerk KZ-1-65RBF1N en KZ-1-65718SY;
  • het F9-formulier van 14 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage.
Op 26 november 2025 is de behandeling van de zaak op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is zelf – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Gezag
De rechtbank heeft de Raad verzocht het raadsonderzoek uit te breiden met een onderzoek naar het gezag. De Raad is op basis van dit onderzoek tot de conclusie gekomen dat het navolgbaar en terecht zou zijn als voortaan alleen de moeder belast zou zijn met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. De moeder ervaart veel angst voor de vader en heeft geen contact met hem. Ook tussen de vader en [minderjarige] is er geen contact. De vader is op 31 juli 2025 veroordeeld voor huiselijk geweld waarbij een contactverbod is opgelegd. Hij verblijft op dit moment in het buitenland. Door de afstand en het contactverbod kan de vader volgens de Raad niet voldoen aan de plichten van het gezag. Hij ziet [minderjarige] niet en weet ook niet wat hij nodig heeft. Dit alles maakt dat de Raad het terecht zou vinden als de rechtbank de moeder belast met het eenhoofdig gezag.
De moeder heeft ter zitting aangegeven dat het inmiddels veel beter met haar gaat. Ze heeft een eigen woning en woont daar nu met [minderjarige]. Ook werkt ze weer. Voor de moeder staat het belang van [minderjarige] op dit moment voorop. Ze wil hem rust, bescherming en continuïteit van de zorg bieden. Het is belangrijk dat de moeder daar verder aan kan werken de komende tijd. Bij het bieden van rust hoort volgens de moeder dat zij zelf in staat is alle beslissingen te nemen die nodig zijn. De moeder wil geen contact met de vader en handhaaft daarom haar verzoek tot eenhoofdig gezag.
De vader is niet op zitting verschenen, maar zijn advocaat heeft namens hem naar voren gebracht dat al zijn eerdere standpunten ongewijzigd zijn.
De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. Er is sprake van een geschiedenis van huiselijk geweld waarvoor de vader ook strafrechtelijk is veroordeeld. De moeder heeft een tijdlang met [minderjarige] in de vrouwenopvang moeten verblijven en zij ervaart veel angst voor hem. Onder deze omstandigheden kan en mag niet van haar worden verwacht dat zij nog langer samen met de vader beslissingen neemt over [minderjarige]. Daarnaast is de vader vertrokken naar het buitenland en ziet hij [minderjarige] niet. Dat maakt de praktische uitoefening van het gezag onmogelijk. De rechtbank vindt het daarom in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat voortaan alleen de moeder mede het gezag over hem heeft.
Omgangsregeling
Uit het onderzoek van de Raad is naar voren gekomen dat [minderjarige] gedurende het begin van zijn leven veel onveiligheid heeft ervaren doordat hij getuige is geweest van huiselijk geweld. Signalen hiervan werden waargenomen in de vrouwenopvang waar hij met de moeder verbleef. De Raad maakt zich zorgen over de gevolgen hiervan op de langere termijn. De Raad maakt zich ook zorgen over het feit dat [minderjarige] nu zonder zijn vader opgroeit, maar ziet dat de veiligheid van [minderjarige] en de moeder niet gewaarborgd kan worden. Opgroeien zonder vader lijkt voor nu een betere keuze dan (onveilig) opgroeien met hem, temeer omdat [minderjarige] zich vanwege zijn leeftijd nog niet kan uiten over stress en dingen die gebeuren tijden de omgang. De Raad weegt tot slot ook mee dat de moeder zoveel angst ervaart voor de vader dat zij niet de emotionele draagkracht heeft om de omgang tussen de vader en [minderjarige] te ondersteunen. Het advies van de Raad is daarom om geen omgangsregeling vast te stellen.
Voor de moeder staat de veiligheid van [minderjarige] voorop. Ze begrijpt dat het voor de ontwikkeling van een kind goed is dat er twee ouders in beeld zijn, maar ze vindt dat veiligheid daarboven staat. Er moet volgens de moeder eerst duidelijkheid komen in het ziektebeeld van de vader en een eventuele behandeling, en hij moet erkennen wat er in het verleden is gebeurd. Alleen wanneer daar sprake van is kan er eventueel verder gekeken worden. Op dit moment is omgang echter niet in het belang van [minderjarige]. Gelet op de veiligheid van [minderjarige] wil de moeder op dit moment geen omgangsregeling tussen hem en de vader.
De rechtbank overweegt als volgt. Mede gelet op het duidelijke advies van de Raad zal de rechtbank geen omgangsregeling vaststellen tussen de vader en [minderjarige]. De rechtbank heeft dezelfde zorgen als de Raad. Daarnaast verblijft de vader al enige tijd in het buitenland en is het niet duidelijk wanneer hij weer in Nederland zal zijn. De rechtbank begrijpt ook dat het voor de moeder lastig zou zijn om emotionele toestemming te geven voor omgang vanwege het huiselijk geweld dat heeft plaatsgevonden. De rechtbank vindt het positief dat de moeder wellicht in de toekomst wel weer open zal staan voor omgang, mits de veiligheid van [minderjarige] dan wel gegarandeerd wordt. Voor nu stelt de rechtbank geen omgangsregeling vast.
Hoofdverblijfplaats
Omdat het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over [minderjarige] zal worden toegewezen, en de woonplaats van het kind is bij de tot gezag bevoegde ouder, is er voor de ouders geen belang meer bij de verzoeken ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige]. De rechtbank zal die verzoeken dan ook afwijzen.
Ouderschapsplan
Door de vader is verzocht om aanhechting van het ouderschapsplan dat de ouders in november 2024 zijn overeengekomen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen, nu de inhoud van het ouderschapsplan in strijd is met de beslissingen van de rechtbank in deze beschikking. De navolgende beslissingen komen dan ook in plaats van de bepalingen in het ouderschapsplan. .

Beslissing

De rechtbank – met wijziging van het ouderschapsplan –:
bepaalt dat voortaan alleen de moeder belast is met het eenhoofdig gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats];
bepaalt dat er geen omgang zal zijn tussen de vader en [minderjarige];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 december 2025.