ECLI:NL:RBDHA:2025:26624
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoeker uit Palestijnse Gebieden
Verzoeker, geboren in 2002 in de Palestijnse Gebieden, heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van zijn staatloosheid. Hij woont in Nederland en heeft een verblijfsvergunning asiel. Diverse documenten, waaronder geboorteaktes en paspoorten, zijn door de Immigratie- en Naturalisatiedienst als echt bevonden, behalve een UNRWA-document dat niet echt is bevonden.
De rechtbank baseert haar oordeel op de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid van 7 juni 2023. Verzoeker heeft onmiddellijk belang en is ontvankelijk. De beoordeling richt zich uitsluitend op de Palestijnse Gebieden, aangezien verzoeker niet in andere landen heeft verbleven.
Hoewel verzoeker Palestijnse documenten bezit, erkent Nederland de Palestijnse nationaliteit niet. Dit volgt uit het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken en de werkinstructie van de IND. Verzoeker valt niet onder het UNRWA-mandaat. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet als onderdaan van enige staat wordt beschouwd en stelt daarom zijn staatloosheid vast.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is omdat Nederland de Palestijnse nationaliteit niet erkent en verzoeker geen andere nationaliteit bezit.