Uitspraak
Gezag, zorgregeling c.q. omgangsregeling en informatieregeling
Beschikking op het op 24 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9 formulier van 14 maart 2025, met bijlage, van de zijde van de vader;
- de brief van 30 oktober 2025 van de zijde van de vader;
- de brief van 30 oktober 2025 van de zijde van de moeder
- Het F9 formulier van 7 november 2025, met bijlage, van de zijde van de vader.
- het verweerschrift;
- het F9 formulier van 18 november 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- [minderjarige] verblijft bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
- Bij vonnis van deze rechtbank van 11 februari 2025 en verbeterd bij vonnis van deze rechtbank van 25 maart 2025 is – voor zover hier van belang – :
Verzoek en verweer
-subsidiair een omgangsregeling te bepalen, waarbij zij drie weekenden per maand van vrijdag na school althans vanaf [zorginstantie 1] om 13.15 uur tot maandagochtend naar school althans tot de kinderopvang om 8.30 uur en op de woensdagen van 10 uur tot 16.00 uur bij de man zal zijn;
-meer subsidiair een begeleide omgangsregeling vast te stellen, waarbij hij het kind
twee dagdelen op maandag of woensdag van 14.00 -18.00 uur en/ of vrijdag of
zondag van 10.00 uur- 14.00 uur, begeleid door een instantie en / of door een door de man te bepalen derde bij zich zal hebben althans elke andere regeling;
Beoordeling
Beslissing
1 december 2026 pro forma.
mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 december 2025.