ECLI:NL:RBDHA:2025:26645

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
17 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694865 / JE RK 25-1982
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

Op 17 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland betreffende een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, geboren op een onbekende datum en in een onbekende plaats, zich al langere tijd onttrekt aan het gezag van zijn ouders en aan de hulpverlening. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige woont bij zijn moeder. De kinderrechter heeft de procedure opgestart na een verzoek van de gecertificeerde instelling, die een machtiging vroeg om de minderjarige uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren, maar de vader en de minderjarige niet. De kinderrechter heeft in zijn beoordeling aangegeven dat de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft, die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen en dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is om de veiligheid van de minderjarige te waarborgen. De kinderrechter heeft de machtiging verleend met ingang van 17 december 2025 tot 17 maart 2026, en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting. De kinderrechter heeft benadrukt dat de aanwezigheid van zowel de vader als de minderjarige bij de volgende zitting gewenst is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/694865 / JE RK 25-1982
Datum uitspraak: 17 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat mr. A.M.D. Naarden uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 november 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 12 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling;
  • de advocaat van [minderjarige] .
De vader en [minderjarige] zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en [minderjarige] wel juist zijn opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
2.3.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.4.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.5.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 23 oktober 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Sinds 26 oktober 2025 kiest [minderjarige] ervoor om rond te zwerven in plaats van naar een plek bij de crisisopvang te gaan. Er is weinig zicht op [minderjarige] waar of met wie hij rondhangt. [minderjarige] onttrekt zich aan alle hulpverlening die hij krijgt en wordt negatief beïnvloed door zijn vrienden. [minderjarige] lijkt steeds verder te verharden en maakt verkeerde keuzes waarvan hij de gevolgen niet goed kan overzien. In het gesprek met de gedragswetenschapper heeft [minderjarige] aangegeven dat hij het huis is uitgezet, dat hij geen andere keuze heeft en dat het logisch is dat hij drugs gebruikt. [minderjarige] is aangemeld bij de [instelling 3] maar er is geen zicht op de voortgang van die aanmelding. [minderjarige] heeft veel mogelijkheden gekregen om de hulpverlening te accepteren, maar hij is daar niet gemotiveerd voor. [minderjarige] was aangemeld voor een kleinschalige woonvoorziening van [instelling 1] in [plaats] , maar [instelling 1] heeft aangegeven dat [minderjarige] daar door zijn gedrag en gebrek aan motivatie op dit moment niet terecht kan. Een gesloten machtiging is nodig om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en meer zicht te krijgen over het gedrag van [minderjarige] . [instelling 2] is een passende plek en de Waag kan daar worden ingezet om diagnostiek uit te voeren. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] binnen het gesloten kader werkt aan zijn middelengebruik en meewerkt aan de hulpverlening.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft naar voren gebracht dat [minderjarige] een korte periode heeft gehad dat het goed met hem ging, maar dat het hem niet lukt om dat vol te houden. [minderjarige] slaapt af en toe bij zijn vader. De moeder merkt dat [minderjarige] hierdoor feller naar zijn moeder toe is. [minderjarige] luistert niet en wil niets. De moeder heeft af en toe contact met [minderjarige] via Whatsapp. [minderjarige] is boos om het verzoek dat er ligt. De moeder geeft aan dat het gesprek met de wijkagenten en de bezorgde ouders, van dezelfde vriendengroep, nog moet plaatsvinden. De moeder twijfelt of [instelling 2] een goede locatie voor [minderjarige] is. Hier zou een andere vriend van [minderjarige] ook zitten. De moeder is bang haar zoon kwijt te zijn. De moeder is het eens met de machtiging gesloten jeugdhulp, maar hoopt dat toegewerkt kan worden naar de woonvoorziening van [instelling 1] in [plaats] .
4.2.
Door de advocaat van [minderjarige] is naar voren gebracht dat zij [minderjarige] niet heeft gesproken. Uit het dossier komt naar voren dat [minderjarige] behoefte heeft aan continuïteit en dat krijgt hij momenteel niet. De situatie van [minderjarige] heeft rond juli en augustus 2025 een stabielere periode gekend. [minderjarige] was gemotiveerd voor de woonvoorziening in [plaats] , maar heeft nooit echt de kans gehad binnen de open setting. Het is van belang dat er gekeken wordt waar [minderjarige] gemotiveerd voor is en dat daarop aangestuurd wordt om hem perspectief te kunnen bieden. Voor de diagnostiek is een gesloten plaatsing niet vereist.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
5.2.
[minderjarige] onttrekt zich al langere tijd aan het gezag van zijn ouders en het zicht van de hulpverlening. Hij verblijft wisselend bij zijn ouders en zwerft verder rond op straat waarbij het niet duidelijk is waar hij dan is. [minderjarige] staat er niet voor open om bij de crisisopvang of een andere open plek te verblijven. Op de kleinschalige woonvoorziening van [instelling 1] in [plaats] kan [minderjarige] op dit moment niet terecht. [minderjarige] gebruikt middelen en wordt negatief beïnvloed door de vrienden met wie hij op straat optrekt, waarbij het risico op delict gedrag toeneemt. Het gesloten kader is noodzakelijk om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen, te werken aan zijn middelengebruik en diagnostiek te kunnen doen om inzage te krijgen in het gedrag van [minderjarige] . Het is van groot belang dat [minderjarige] de komende periode gaat stabiliseren, de benodigde hulpverlening accepteert en goed in contact blijft. Verder is het van belang dat de vader en moeder gaan samenwerken om de negatieve patronen te doorbreken. Gelet het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging in een gesloten jeugdaccommodatie noodzakelijk is. De kinderrechter zal de machtiging voor drie maanden verlenen zodat [minderjarige] perspectief geboden kan worden en gemotiveerd wordt om de hulpverlening te accepteren en toe te werken naar de open setting en het verzoek voor het overige aanhouden. De kinderrechter benadrukt dat de aanwezigheid van zowel de vader als [minderjarige] bij de volgende zitting gewenst is. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk een week voor de nader te bepalen zitting een
schriftelijke updatete verzenden waarin zij tevens haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden verzoek. Indien de gecertificeerde instelling het aangehouden deel van het verzoek handhaaft hoeft geen nieuwe instemmingsverklaring bij de gedragswetenschapper opgevraagd te worden, nu de huidige instemmingsverklaring is afgegeven voor een plaatsing voor zes maanden door een gedragswetenschapper die [minderjarige] recent heeft onderzocht.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 17 december 2025 tot 17 maart 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen vóór 17 maart 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat dienen te worden opgeroepen;
6.3.
gelast de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voor de nader te bepalen zitting aan de kinderrechter en de belanghebbenden een
schriftelijke updatetoe te zenden waarin zij ook haar standpunt kenbaar maakt ten aanzien van het aangehouden deel van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 24 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).